Dit is er best eentje dat je afprint en in de tuin gaat zitten lezen. Het is nu toch niet echt het weer om binnen lange reisverslagen te zitten lezen. Mogen we verder ook nog een fris pintje aanbevelen, of een heerlijke Mojito? Veel leesplezier. De foto’s komen er trouwens ook nog aan hoor. Beter laat dan nooit, right?
Toen we die volgende ochtend onze kamerdeur openden, zagen we beneden in de lobby een schraal figuur in de zetel liggen slapen. Niels was gearriveerd . Na een korte babbel gingen we meteen aan het organiseren. De materiaalverhuurzaak was dicht maar gelukkig was de supermarkt wel open en verkochten ze er ook ‘pakskeseten’. We kochten eten in voor zeven dagen. Het mag dan nog allemaal lichtgewicht zijn, we begonnen ons toch terug vragen te stellen bij het doorwegen van onze zelfstandige manier van reizen en van onze rugzakken…
In de namiddag bezochten we dan de zondagsmarkt van El Alto, zo’n beetje de buitenwijk van La Paz., hoewel het als een stad op zich beschouwd wordt. La Paz is ooit begonnen als een stad in een ravijn, maar langzaamaan is men steeds hoger en hoger op de wanden beginnen bouwen en nu heeft men de Altiplano bereikt en bouwt men rustig verder. De beste omschrijving van de hoofdstad is eigenlijk die van een vallei die overloopt. Raar is ook dat het rijkste stadsdeel helemaal beneden op het laagste punt ligt en de armste wijken vanboven. Volledig andersom dan alle andere grootsteden, door het mildere klimaat aan de voet van de vallei. El Alto heeft dus een heel indrukwekkende ligging en de markt zelf is dit ook. Werkelijk álles kun je daar vinden. Er waren mensen die tweedehands ringmappen verkochten en niets anders. Plastic zakjes, het schuivertje van je rits, elk auto-onderdeel mogelijk, gaande van een nieuw achterlicht tot het leer rond je versnellingspook en de auto’s zelf. (Als je dan een auto koopt, moet je er wel de hele dag inzitten tot de markt leegloopt en je eindelijk weg kan rijden) Toiletpotten, plankjes in alle maten en vormen, ja zelfs doodskisten, je kunt het zo gek niet bedenken. Omdat we er zo versteld van stonden hebben we ons tot doel gesteld een voorwerp te bedenken en daarnaar op zoek te gaan. Het voorwerp van onze keuze was ‘de elektrische neushaartrimmer’ en we hebben er zowaar géén gevonden! Misschien een gat in de markt? Hoewel er al veel gaten in de markt zaten…
Bijna hadden ze Eva weer te pakken. Deze keer met het truckje dat ze zogezegd op een papiertje zou staan, waarbij vijf omstanders dan proberen om haar been daarvan weg te trekken. Soit, we hadden het weer vlug door en ook deze keer hebben ze niks te pakken gekregen. Ook na deze gebeurtenis voelden we ons nog steeds veilig in Bolivië. Ze proberen maar en zolang er geen agressie aan te pas komt, laten we het niet aan ons hart komen. Na ons fantastisch marktbezoek doken we terug de micro in. Dat is een minibusje met plaats voor één chauffeur en 15 passagiers. Als lange Europeaan is dat soms wat minder praktisch, maar dat heet dan: sfeer opsnuiven (sfeer, recept voor 4 personen: schepje zweet, snuifje stinkvoet, 1 kleine kakkebroek en salchipappa- en ander gas naar smaak. 20 minuten goed schudden en laten opwarmen in de zon.) Gelukkig hadden we Niels bij, die wel vloeiend Spaans spreekt en er voor zorgde dat we de juiste micro namen. In tegenstelling tot Afrika was 15 echt het maximum aantal passagiers. Vol is vol en aan de zijkant hangen is hier zooo 2006.
’s Avonds kraakten we dan eindelijk de fles Duvel die we al van België hadden meegenomen voor Niels, die lieve jongen werd er helemaal gelukkig van. Omdat we toch al goed bezig waren, ledigden we ineens ook de fles liquor con leche. Daarna gingen we eten bij de Marrokaan (lekkerste maaltijd van heel de reis) waar we werden bediend door een Zuid-Afrikaanse ober. Heerlijk taaltje! We hebben er goed gegeten en goed gedronken! We wisten al langer dat we niet zo goed overeenkwamen met Amerikanen, maar die avond konden we ook Israëliërs aan dat lijstje toevoegen. Amerikanen zijn arrogant in hun domheid, Israëliërs zijn gewoon arrogant. Zowel mannen als vrouwen hebben daar 2 à 3 jaar legerdienst en daarna is het een beetje de traditie dat ze een wereldreis maken. Ze lopen allemaal over van zelfvertrouwen, gaan met hun legerpartners op reis (gaan zelfs uit eten met hun legerbroeken aan) en drinken te graag te veel. Viel het hen dan zelf niet op dat er nergens in heel Zuid-Amerika ook maar één Palestijn rondliep, maar wel verassend veel Israëli’s? Soit, we gaan er niet teveel woorden meer aan vuil maken, maar op reis waren het geen plezante mensen.
De ochtend daarop dus gerief gaan huren voor de beklimmingen (D-schoenen, stijgijzers, ijsbijlen…). Daarna ging Niels zijn (en onze) overtollige bagage droppen bij vrienden van hem, terwijl Eva op zoek ging naar een verjaardagscadeautje voor Arne. Wouter en Arne liepen ondertussen met hun 2 brandstofflesjes door de stad op zoek naar een ‘estacion de servicio’. Die hebben ze uiteindelijk ook gevonden, waar ze tot de ontdekking kwamen dat ze geen bolivianos bijhadden. Ach, met een beetje gebaren en een handjevol dollars komt een mens al ver en tegen 13h stonden we allemaal vertrekkensklaar aan ons hotel. Niels ging een taxi regelen, maar kende de prijzen en wou geen 2 bolivianos teveel betalen, das zo’n 5 cent per persoon… Het ging dus blijkbaar om het principe. Bussen reden er niet naar Sorata, dus mochten we weer met z’n allen de micro in. Deze keer voor een drie uur durende rit in het gezelschap van een heel lief klein hondje dat ondertussen wel vrolijk zijn gevoeg deed, een klein meisje dat een paar keer moest overgeven in een bekertje (dat ze daarna door het raam naar buiten smeten, waardoor ons zicht op de Cordillera Real ineens iets brokkiger werd) en een oude vrouw die zei dat alle mensen uit ons land slechte mensen waren en met Niels een potje ‘raam open – raam dicht’ heeft gespeeld. Niels heeft verloren en het raam bleef dicht.
Maar het zicht op de Cordillera die meer dan 2000m uittorent boven de toch al hoge Altiplano maakte de rit toch wel weer prachtig! Aangekomen in Sorata, checkten we direct in in hotel Residencial. Een samensmelting van 4 oude koloniale gebouwen die allemaal met elkaar verbonden waren via trappen en gangen en waar de kamers gigantisch waren. Op de laatste dag ontdekten we nog kelders, een buitenzwembad, een binnentuintje en slangenvellen aan de muur van méér dan 10 meter!!! Anacondas uit het Amazonewoud, wauw!
Omdat het toch een zware trip was en ook wel een beetje omdat we ons op het gidsenbureau hebben laten ompraten, gingen we de dag daarna omhoog met twee ezeltjes en een ezeldrijver. Al een geluk, want we hadden de juiste weg nooit gevonden tussen alle dorpjes en velden door. Sorata zelf lag op 2670m en ons doel van die dag, Laguna Chillata op 4200. Mensen die iets snappen van acclimatisatie zullen al begrepen hebben dat 1530m stijgen op één dag een beetje van het goede teveel is. Maar omdat we al drie dagen in La Paz op 3600 hadden doorgebracht, had niemand van ons echt last van de hoogte, eerder van de warmte. Dat gevoel verdween heel vlug toen de zon onderging. Maar wat een zonsondergang! Heel de vallei onder ons was gevuld met een zee van wolken en helemaal op het einde zakte de zon langzaam weg. Maar eens de zon weg was werd het barkoud en kropen we maar vlug in de tent, iedereen sliep goed. Wat ook wel mocht, want er stond weer een zware dag op het programma. 800m stijgen, deze keer mét bepakking. En de rugzakken wogen toch wel minstens 20 kilo per persoon. Het probleem was niet zozeer het hoogteverschil, maar vooral ook de horizontale afstand. Hoewel we om half acht vertrokken waren, duurde het toch tot vijf uur eer we Laguna Glaciar bereikten. Het eindpunt voor Eva en Wouter die er allebei een beetje door zaten. Niels en Arne moesten koken en de tenten opzetten waardoor zij zelf iets te weinig tijd hadden om uit te rusten. Eten en slapen, meer zat er niet in… Toen zij de volgende ochtend vroeg vertrokken, maakten Eva en Wouter zich klaar voor hun rustdagje. Lees: slapen en kaartjes leggen. Maar ze hadden wel een mooie locatie uitgekozen. Een groot meer op 5038m hoogte waarin een gletsjer uitmondt waar regelmatig een stuk vanaf breekt. Af en toe kwamen er es kolibries voor hun tentdeur fladderen om te kijken wat die rare wezens daar aan het doen waren. Ondertussen waren Arne en Niels op weg naar het hoogtekamp. Paden waren er niet meer, maar gelukkig des te meer steenmannekes. Iets teveel eigenlijk, zodat het soms nog altijd zoeken was. Na een klein uurtje merkt Arne dat hij geen water meer uit zijn drinkzak krijgt. Na controle blijkt dat er 1 liter water is gelekt ín zijn rugzak… Shit! Gelukkig zat zijn slaapzak in een waterdichte hoes (e-vent, 25 euro, maar zó zijn geld waard!). Direct de lakenzak en het natte thermisch ondergoed aan de buitenkant te drogen gehangen, alles nog es controleren en dan verder op pad en het beste hopen. Onze kaart was 20 jaar oud en gebaseerd op foto’s van 20 jaar daarvoor. Onze topo was vijftien jaar oud en met de klimaats-veranderingen van de laatste jaren klopte er niet veel meer van. Daar waar we een gletsjerarm moesten oversteken lag nu alleen nog maar steenpuin en daar waar we de gletsjer opmoesten stond een hoge ijsmuur klaar. Hier mochten we dus onze bergervaring aanspreken. Volgens het gidsenbureau komen hier zo’n 30 mensen per jaar en die huren altijd dragers en gidsen. Er lag dus geen duidelijk uitgetreden spoor en we moesten ons plan trekken. Eten naast de gletsjer, goed insmeren met zonnecrème, drinken bijvullen aan een bronnetje, materiaal aandoen en dan de gletsjer op. Wat een prachtig avontuur! De gletsjer zelf was redelijk veilig en alle spleten waren duidelijk zichtbaar. Maar zoals gezegd liep er dus geen spoor over en moesten we zelf onze weg vinden. Al zigzaggend tussen alle spleten door, hopende om nooit op een dood spoor uit te komen. We zagen waar we naartoe moesten, maar daar geraken was niet gemakkelijk. Vier uur later stonden we aan ons hoogtekamp. We mochten best trots zijn op onze prestatie. Nu we hier ons spoor van bovenaf konden bekijken, zagen we dat we de meest directe lijn hadden genomen en geen enkele keer op onze stappen hebben moeten terugkeren. Dat gecombineerd met een prachtig zicht op de Altiplano en het Titicacameer dat onder ons lag te blinken… We voelden ons trots! Nergens een huisje te zien, nergens een autoweg, liftje of elektriciteitsdraad, nergens toeristen of sporen van medeklimmers, we waren alleen. Doodstil en toch was er Leven. Hier op 5800m vlogen er pluisjes voorbij van bloemen die 2000m lager groeiden. De hoogte liet zich toch merken. De laatste 400 hoogtemeters waren ongelooflijk vermoeiend. Niels, die een jaar op 4000m had geleefd, had nergens last van en voelde zich supersterk. Ik was in drie dagen tijd van 2670m naar 5800m geklommen, dat is meer dan 1000m per dag… Het mag een wonder heten dat ik alleen maar last had van hoofdpijn, vermoeidheid, verminderde eetlust en een beetje misselijkheid. Die avond zorgde Niels goed voor mij door me te eten en te drinken te geven. Het was mijn taak om de tent op te zetten, maar eens die rechtstond heb ik mij wel direct te slapen gelegd om te genieten van de warmte van de avondzon. Die nacht heb ik echt liggen rillen en toen het alarm om half drie afging, voelde ik me niet in staat om de 600m naar de top te wagen. Ik gunde Niels wel een solopoging. En ondanks mijn ziek zijn kon ik wel nog helder denken en praten en maakten we in het holst van de nacht afspraken over ‘wat als…’. Vlak voor zijn vertrek strooide hij nog cocablaadje rond de tent en offerde wat alcohol voor de Pachamama, de moedergod. Ik wenste hem veel succes, zag hem in een door volle maan verlichtte nacht vertrekken en kroop onder twee slaapzakken. Drie uur dromen en ijlen later hoorde ik hem terug buiten aan de tent. Hij was tot op 6100m geraakt en was daar op de randspleet gestoten die hij in zijn eentje niet durfde oversteken. Na lang links en rechts zoeken viel er dan links van hem ook nog es een serac naar beneden die in honderd stukken uiteen spatte. Een signaal dat het genoeg was geweest? Hij was blij met zijn poging en ik was blij dat hij veilig was teruggekeerd. Een korte nachtrust later kwam de zon weer op en maakten we ons klaar om terug af te dalen. Maar niet zonder eerst nog eens de locatie in ons op te nemen. Twee vrienden, drie dagen verwijderd van de eerste menselijke beschaving, helemaal alleen in de machtige Andes. Iedere stap naar beneden betekent extra zuurstof, en dat voel je echt goed! Iets waar je in het omhooggaan 8 uur over doet, daal je in 3 uur terug af. Eva en Wouter hadden ons niet zo vlug terug verwacht en hadden gedacht dat we hier nog een nachtje wilden blijven, maar eens de beslissing genomen, wilden we eigenlijk zo vlug mogelijk afdalen! Vlug boeltje pakken dus en dan volledig bepakt en bezakt zo laag mogelijk proberen geraken. En dat waren deze keer de verlaten mijngebouwen van Titisani op 4200m. Iedereen voelde zich goed en het was een geweldige avond samen. Even later kwam de maan weer op vanachter de bergen en die gaf zoveel licht dat we onze lampjes konden uitdoen. En daarna sliepen we de slaap der rechtvaardigen.
Het eerste wat Eva de volgende ochtend zei was: Pizza. Jaja, we hadden onszelf een reuzepizza beloofd in Sorata. En wat we die namiddag allemaal naar binnengeschranst hebben. Één pizza familiar per persoon! Groter dan de dikste cholita-poep! In de namiddag bracht Niels nog wat soda en banaantjes en ’s avonds zijn we allemaal nog een grote biefstuk-friet met BBQ-saus gaan eten. Wat de Bergen allemaal niet doen met een mens!
Terwijl Niels nog een poging ging wagen op de Illampu met een gids, kropen Arne, Eva en Wouter terug de micro in, op weg naar het Titicacameer. Er was geen directe verbinding, dus dropte de bestuurder ons onderweg in Huarina, waar we gewoon maar een microotje richting Copacabana hoefden tegen te houden. Jammer genoeg was het zondag en was er niet veel verkeer. Als er dan toch es een micro langskwam, zat die ofwel al stampvol, ging die de verkeerde richting uit of werden onze plaatsen vlug ingenomen door locals die ook die richting uitgingen en ons niet wilden voorlaten. Hoe zou je zelf zijn… En omdat wij veel te braaf zijn, lieten we ons altijd doen. Na anderhalf uur liften (je had sommige mensen hun gezicht moeten zien; drie gringos aan het liften in de Boliviaanse outback!) waren we de wanhoop nabij en toen kwam daar ineens een taxi langs die ons wel wou brengen! In de Lonely Planet stonden waarschuwingen dat je op dit traject geen aangeboden lift moest accepteren omdat er in het verleden een paar ‘nasty incidents’ waren geweest, maar wij waren het wachten zó beu dat we maar wat graag instapten. Wij gedriëen achteraan, een bevriende Israëliër vooraan (jaja, bevriend), en vier locals op kussens in de koffer J Twee uur, 65 km, en één ferry later kwamen we aan in Copacabana. Bij de ferry moet je je eigenlijk vooral een houten bak voorstellen waar je oprijdt, die dan de zeestraat overdobbert en aan de andere kant terug aanmeer. Lekker rustiek.
In Copacabana kregen we een cultuurshock. Na bijna drie weken als enige westerlingen rond te trekken kwamen we hier ineens in megatoeristisch gebied. Voor iedereen die net van Peru kwam, was het hier heel rustig, maar voor iedereen uit Bolivië was het een beetje teveel. Zelfs de restaurants waren uitgebaat door westerlingen… En hier en daar konden ze Engels… We moesten er toch aan wennen, maar het hotel was prachtig en het eten heerlijk. Ze zeggen wel dat normen snel vervagen op reis, maar toch, de draden van de elektrische douche (!!!) waren zelfs met isolerende tape afgeplakt: pure luxe!
De dag daarna gingen we ’s ochtends de stad verkennen. Twee straten voorbij het centrum en in het stadsdeel dat niet in de reisgidsen staat kwamen we geen toeristen meer tegen. Alleen maar marktjes, locals en rare honden. Bolivië heeft een heel groot straathonden-probleem. Alle rassen lopen daar door elkaar, kweken ook doorelkaar. Ooit al eens een pekineesje gezien met het hoofd van een Sint Bernardshond? Of een labrador met de pootjes van een teckel? We hebben ons daar met momenten echt een deuk gelachen en heel veel foute foto’s genomen. We bezochten nog de prachtige kathedraal van Copacabana en in de namiddag namen we dan het bootje naar Isla del Sol. We vonden een leuk hotelletje waar nog net plaats was voor drie man. En zoals op elke grote reis bleken we ook hier ineens een geldprobleem te hebben. En ook hier deed het zich weer voor op een eiland! Niet genoeg geld bij om de resterende dagen te overbruggen en nergens een bank te bekennen in een straal van 400 kilometer… Gelukkig hadden we nog wat dollars en euro’s en hebben we wat kunnen ruilen bij andere toeristen en bij onze bevriende Israëliër die we daar ook weer tegenkwamen. Het was Arne zijn verjaardag en dat werd gevierd met bier en een zonsondergang en even later met wijn en een maansopgang, die véél indrukwekkender was! Jaja, 26 worden aan het Titicacameer is nog zo slecht niet.
De dag daarna deden we de obligate trekking van het zuiden naar het noorden en bezochten we ook de pre Inca ruïnes. Deze waren eigenlijk een klein labyrinth met allemaal smalle gangetjes en lage deurtjes en af en toe zicht op het meer. Plus wat trappen, een groot offerblok en een rots waarnaar het Titicacameer genoemd is (Thiti K’harka in het Aymara zou ‘hoofd van de Puma’ betekenen). Nu ja, met heel veel fantasie kon je het wel herkennen. Met diezelfde fantasie vonden we ook nog een vogel, een vis en een vliegende Jezus terug. Het plan om diezelfde dag te overnachten op het noorden van het eiland lieten we vlug varen toen we het schrale dorpje zagen en we namen de eerste de beste boot terug naar het zuiden, samen met zowaar twee toffe Nederlanders!
En de dag daarna volgde dan de busreis terug naar La Paz. Nog een laatste keer naar de markt in El Alto. Zonder bestolen te worden deze keer, maar ook nu geen neushaartrimmer gevonden…
Als afsluiter hadden we nog een kajaktochtje op de Rio Coroico gepland. Niels voelde zich al een paar dagen niet zo goed en was geveld door acute maagdarmproblemen. En zo vertrokken Eva, Wouter en ik samen met de chauffeur van de monsterjeep en twee jonge Bolivianen, die goed Engels konden naar de Yungas. Eerst stijgen tot 4800 meter waarbij we bevroren watervallen passeerden en dan afdalen tot 1670 door hevige mist, langs steile afgronden en harde regen. Waarom hadden we ook alweer zonnecrème mee? Uiteindelijk reden we onder de wolken en kwam er een prachtige groene vallei tevoorschijn mat daarin een prachtige groenomrande rivier. De man van het reisagentschap had niet gelogen. Zijn ecolodge was prachtig gelegen, we hadden veel en goed te eten en het kajakken op wildwater was geweldig! Even nog hilariteit toen Arne bovenop die ene grote rots in het midden van de rivier terechtkwam die hij ten allen tijde moest vermijden… das weer typisch… Lachen, gieren, brullen, maar ook wel een beetje angst toen de gids doorhad hoe gevaarlijk het misschien wel kon worden. Hij is dan stroomopwaarts tot bij Arne gepeddeld en heeft hem ter plekke met raad en daad bijgestaan, zodat alles goed kwam en we allen nog eens twee uur lang van dit groende geweld konden genieten. Ook nog even bange momenten toen Eva en Amerikaanse mede-kajakker, Mike, omsloegen op een plek waar dat niet mocht gebeuren. Ze kwamen na een tijdje toch terug in kalm water terecht en hadden enkel wat schrammen en bulten. Wat Mike dan ook even aan iedereen moest laten zien, want Amerikaanse jongens zijn geweldige Drama-Queens.
Op de terugweg had Arne al door dat zijn boertjes naar omelet roken terwijl hij toch al een tijdje geen eieren meer had gegeten. Hij voelde zich steeds slechter en slechter en moest naarmate de avond vorderde steeds meer boeren en scheten laten. Hetgeen we al maanden hadden gevreesd kwam toch uit. Hij had Giardia (wat achteraf door het tropisch instituut bevestigd werd). De meest plastische omschrijving is ‘scheten laten door de mond’ of: een zodanige gasdrukopbouw in uw buik dat uw darmen niet meer alles kunnen verwerken en de scheetjes er uiteindelijk langs uw maag, slokdarm en mond terug uitkomen… Echt pijnlijk was het niet, maar vooral zeer ongemakkelijk en een beetje gênant. Zeker aangezien we de dag daarna terug naar huis vlogen. Twee keer acht uur lang in een vliegtuig jezelf zitten te verluchten is geen pretje… voor je buren. Arne was dan maar gewoon gestopt was met eten en het viel allemaal toch nog wel mee en zonder al te veel on-gemak (hebt ge hem!?) bereikten we België alwaar we nu alweer een tijdje aan het bekomen zijn van deze intensieve maar toch weer prachtige reis!
Merci aan Wouter om ons reismaatje te zijn en aan Niels en Elissa om ons zo gastvrij te verwelkomen en te helpen met hun kennis van het land en de Spaanse taal
juli 25, 2009 at 11:20 am
Haha!
wat een fantastisch verslag weer!
grts