In St Martin Vésubie zijn we dus pas na de middag vertrokken op weg naar Bélevedère waar we iets voor het dorp hebben gebivakkeerd. Het bivak was niet ideaal gekozen, nogal dicht tegen de huizen, maar we hadden die dag niet veel geschikte plaatsen tegengekomen. Nu zijn we dus echt in de beschaving beland. Bovendien is de jacht volop aan de gang en hebben we geen zin om ’s morgens vroeg gewekt te worden door wilde jachthondjes of door schoten. We stonden op een heel oud verwaarloosd tuintje onder een dakje van struik. Na een kwartiertje wandelen kwamen we ’s ochtends aan in het dorp en hebben we eerst nog een koffietje gedronken. De wandelroute gaat nu vooral door bossen, die er steeds mediteraner beginnen uit te zien. Af en toe kom je eens een buitenverblijfje tegen, of een stuk land waar iemand een auto gevuld met computerschermen heeft staan of een andere hoop ondefiniëerbare rommel. (Fransen zijn eigenlijk echt smerig) De klim naar Col de Turini was de allerlaatste lange klim van 1000 m in één keer, hierna zijn voor ons de hoge bergen een beetje gedaan. We gingen alweer voor een bivak; al had ik absoluut geen zin in de kou, ik had ook niet echt zin in alweer een crappy overcharging hotel. We stonden bovenop een bergtopje op een open plek in het bos, kou verzekerd dus :) We hadden gedacht dat we van geile herten geen last gingen hebben, aangezien die ’s avonds meer naar de vallei lopen, maar ons geile-herten-karma is niet opperbest. Om 11 uur had de eerste aangezet en algauw leek het hele bos vol verkoude zeehonden te zitten. Alles went zeker? Soms liepen ze snel-snel over de open plek en voelden we de grond onder ons trillen. We werden nog één keer opgeschrikt door het geluid van een sopraan-hondje (of een vos?) maar al bij al een vreedzame vree koude nacht. ’s Morgens zijn we maar in de tent gebleven om te ontbijten en toen ik buitenkeek was alles rijmig en bevroren. allez kom, ‘t is de laatste, dacht ik bij mezelf, maar veel motivatie om uit mijn slaapzak te komen kreeg ik daar niet van. We hadden ons zo veel mogelijk naar het oosten gericht om de eerst zon te krijgen van de hele vallei en dat was ook wel zo, maar dan nog was de zon een beetje te laat. Na veel gepor van Arne geraakten we dan toch nog opgebroken en toen de zon er eindelijk doorkwam konden we nog net de tent drogen en de poep opwarmen voor het vertrek. Vandaag zou het 5 uur wandelen zijn naar Sospel (zo waar een Frans dorp met naar’t schijnt een winkel (ojeeeeeee!!!!)) en de dag daarna 9 uur naar Peillon. We hadden nog getwijfeld om niet door sospel te lopen, maar een douche drong zich samen met enkele onwelriekende wuftjes, op. Het ging maar niet vooruit, de route maakte rare kronkels en dat dorp daar in de verte leek maar niet dichterbij te komen. De vermoeidheid en de frustraties maakten het laatste stuk niet vrolijker en het gebrek aan wegmarkering was al helemaal niet goed voor het moraal. Om half 6 kwamen we aan in Sospel en daar zagen we dat de wandeling die we net gedaan hadden 9.5 uur had moeten duren en die van morgen 5 uur. Menig Nederlands, Engels, Frans en Zweeds onbeleefd woord kwam in ons op, maar soit, chance dat het morgen dan geen 8 uur meer was. Eigenlijk hebben we die dag dus veel vlugger gewandeld dan de aangegeven tijd. We hebben onszelf dan maar getrakteerd op half pension in de gite d’etape en dat was geen slechte keuze, mjammie mjammie. De volgende dag was het vooral in dorpjes en bos en grote buitenverblijven van de riviera-beaumonde te doen. Die mensen hebben spijtig genoeg ook allemaal een Frans alarmsysteem ( een hond dus) en zoals we meteen al merkten vanaf de eerste dag in Frankrijk, die zijn niet zo goed opgeleid als in de “Germaanse” Alpenlanden. We hadden al enkele ‘chiens méchant’ gehad, maar toen we er eentje tegenkwamen die duidelijk dacht dat het wandelpad ook tot zijn territorium behoorde, zijn we voor het eerst deze reis op onze stappen teruggekeerd. Hij was heel erg agressief en ik was echt blij dat ik mijn stokken bijhad om mijn ’sappige’ kuiten te beschermen. Dat was echt balen en ook wel even bekomen van de schrik. De omweg die we daardoor moesten nemen was wel voor iets goed: DE ZEE. Voor de allereerste keer konden we ‘t zeetje zien en dat deed best wel vreemd aan. en plat.
De Via Alpina had met 5 uur wandelen ook alweer niet echt de beste schatting gemaakt, maar niet al te laat kwamen we toch in de buurt van het einddoel van de dag. … de voorlaatste dag … Als laatste nacht wilden we zeker bivakkeren, het enige platte stukje tussen Peille en Peillon is de rivier die in de vallei loopt, niet echt droog genoeg voor een tentje, zelfs niet onze geweldige lightwave. Gelukkig was er ook nog een bruggetje en dus hebben we nu ook al eens op een brug geslapen :) best wel tof. En, veel warmer want slechts op 570 m hoogte (eek, al die zuurstof in ons bloed :o ). We probeerden niet te veel te denken aan het einde van de tocht en tegelijkertijd juist wel. We beseffen nu dat dat zwarte gat waar iedereen het over heeft echt helemaal ni fijn is. We voelden ons een beetje ontheemd en euh vreemd dus. Ook wel trots dat dit gelukt is hoor, maar vreemd. De laatste wadeldag was slechts 3 uur wandelen, op naar Monaco en dus maar 10 minuten zonder huizen te zien. Naarmate we Monaco naderden nam ook het verkeerslawaai maar toe, veel luider dan ik me dacht te herinneren dat verkeer klinkt. Net toen we dan eindelijk aankwamen op het Place du Palais, het echte eindpunt van de Via Alpina, werd de wacht voor het paleis gewisseld. Honderden toeristen hadden voor dit spektakel de berg van de oude stad opgelopen en stonden, met camera in de aanslag, te wachten op een paar friswitte soldaatjes die een paar minderfris, maar nog heel witte soldaatjes aflosten. Het kwam allemaal een beetje buitenaards op ons over, … MMMWWWHOOO CARES … waar gaat dat allemaal over, zonder denigrerend te lijken, we snapten de commotie niet echt. Helemaal dolgelukkig was de aankomst dus niet, maar dat hadden we al wel verwacht, eigenlijk is het niet veel anders dan een andere dagaankomst, maar dan met meer volk. We hebben nog het oceanografisch museum en aquarium van Monaco bezocht, wat echt geweldig super cool en de moeite was. Aan het einde van het bezoek waren we beiden uitgeput, zoveel informatie hadden we al een hele tijd niet meer moeten verwerken en je krijgt er zowaar hoofdpijn van. Op naar Menton met de trein en de hele lange wandeling terug omhoog naar de jeugdherberg. En daar hebben we ook Joel eindelijk kunnen bereiken voor een fijn gesprek :D Met al die drukte in Monaco waren we nog niet tot op het strand geraakt en eigenlijk nog maar nauwelijks onder de 30 meter geweest. Dat hebben we dan ’s avonds goed kunnen maken door in Menton naar het strand te gaan en een gezellig restaurantje te doen aan de dijk.

De foto’s zullen we thuis allemaal wel op het gemakske doen, normaal komen we zaterdagavond aan in brussel. en dan is het helemaal gedaan … hm, ik weet nog niet zo goed hoe ik daarover moet denken. we laten het gewoon allemaal nog een beetje bezinken. toedels en tot irl