Voor wie het nog niet wist: Arne, Wouter en ik zitten in Bolivie, om Eliza (milieuzorg) in Villamontes en Niels (klimmaat van Arne) in La Paz te bezoeken.

Onze gsm’s werken hier niet, dus al wie smsjes verwacht had zal er jammergenoeg geen krijgen. Ook al hebben we hier ondertussen een Boliviaanse simcard, goed werken doet ze niet en we zijn onze pincode kwijt :)

Even een korte reisbeschrijving: Na 23 uur vliegen, 9 uur wachten in Chicago en Miami, en 8 uur op de bus bereikten we vrijdagavond dan eindelijk Villamontes. Onze gsms werkten niet en het boliviaanse telefoonsysteem is zo ingewikkeld dat we niet konden bellen naar eliza en een beetje verwaasd achterbleven op het busstation… dan maar een taxi genomen naar een hotel en in de pikdonkere een restaurantje gaan zoeken, waar we gewoon maar aten wat de pot schafte. We voelden ons een beetje verloren in dit nieuwe continent waar iedereen spaans spreekt behalve wij (en de brazilianen natuurlijk, want die spreken portugees, maar daar zitten we nu niet, en we kunnen trouwens ook geen portugees…) Na veel proberen kregen we eliza toch te pakken en die volgende ochtend nam ze ons mee naar de markt en haar huisje waar we meteen 4 viskes op de bbq hebben gegooid. ’s middags zijn we langs de rivier gaan wandelen in Villamontes en ’s avonds hebben we van de zonsondergang genoten op de hoogste heuvel in de omgeving.

De dag nadien zijn we om half zes opgestaan om naar de riviervissers en de zonsopgang gaan kijken, wat toch zel het opstaan waard was.  In de namiddag zijn we de Pilcomayo kloof ingewandeld wat echt geweldig was, 40m diep en allemaal leuke kleine strandjes overal. Spijtig genoeg zijn we teruggekomen met elk zeker 100 insectenbeten. ik heb er 70 geteld op mijn onderbenen alleen al en dan ben ik maar gestopt… Omdat Eliza te weinig verlofdagen had en ze de resterende tijd met haar vriendje wou doorbrengen, moesten we vroeger dan gepland afscheid nemen. We hebben dan de nachtbus neer Tarija genomen, waar we om drie uur ’s nachts aankwamen. Het had de nacht daarvoor geregend (dat doet het hier bijna nooit…) en dus moest de bus soms grote plassen ontwijken, waarbij hij redelijk scheef kwam te hangen. Dit terwijl we over een smalle weg 100m boven een ravijn reden… Ik ben blij dat ik niet aan het raam zat en bijna de hele tijd heb geslapen, wat een prestatie mag wezen aangezien de weg onverhard was… Eva en Wouter zaten wel aan het raam en vonden dit niet altijd even leuk. Wouter al helemaal niet aangzeien hij naast een stinkende visser zat die regelmatig tegen hem in slaap viel :) We zijn niet lang in Tarija gebeleven, maar hebben direct een driedaagse trek geboekt in de valle del condors. Ons slechtweerkarma blijft ons achtervolgen, want het heeft drie dagen gemist en geregend en we hebben geen condors gezien, terwijl er hier meer dan 400 (¡) leven. Normaal zie je er hier tientallen vanop minder dan 30m afstand :( we zijn de eerste groep zonder condors :( maar kom, in de plaats daarvan hebben we door een ongelooflijk mysterieus heuvelachtig en mistig landschap gewandeld wat zeer hard deed denken aan jurassic parc, en dat was echt wel cool. De organisatie was in handen van een jong belgisch koppel uit brussel. Heel gezellige toffe mensen, maar ook een beetje verstrooid. Zo moesten we met vieren in een driepersoonstent slapen, hadden ze maar twee slaapmatjes mee (waarvan 1 kleintje) en was de tent al kapot. Maar kom, het was eigenlijk heel gezellig en die avond rond het kampvuur volgde er een waar protjesfestijn (kwam zeker door de hoogte) en sindsdien staat Arne in de vallei bekend als ‘el Rei del Pedo’, of  ‘de schetenkoning’. De dag erna werd er minder gelachen toen bleek dat iedereen min of meer last had van gastrointestinale klachten. De meeste scheetjes werden vanaf nu op het toilet gelaten…  De maaltijd, terug in Rossillas, was geweldig jammie en omdat er wel wat mensen op hun poep waren gevallen, werd er goed getrakteerd die avond. Spijtig genoeg hadden we voor de volgende ochtend een “Ambrosia” gepland. Dat is een traditionele ochtendlijke zuippartij van e Chaco-boeren. Te zevenen wordt iedereen verwacht in bij de koeien (nee, nit met sandalen arne!!!) die staan te wchten om gemolken te worden. Je doet 2 lepels kaneelsuiker en 2 vingers Singani (te vergelijken met grappa) in je glas en melkt er rechtstreeks van de uier een flinke scheut verse melk bij. Goed roeren en Ad Fundum dan maar!!! Hoewel wij dit ludieke drankmisbruik van harte steunen, was er die ochtend toch iets minder enthousiasme in de groep te bespeuren :)  

Maar he, de reis gaat verder.  Een korte vliegtuigvlucht bracht ons naar la paz waar we nu zitten. In de luchthaven heeft eva nog even voor opschudding gezorgd door een aansteker te laten vallen, waarop die met een luide knal ontplofte en iedereen naar ons keek met een heel vreemde blik… zoiets moeten we in amerika niet proberen denk ik… La Paz is een heel intrigerende stad op 3600m hoogte. dankzij de trekking waarbij we sliepen op 3000m hebben we geen hoofdpijn van de hoogte, maar we merken wel dat de trap opgaan iets moeilijker is dan normaal… We hebben net een mooie tocht gedaan door de stad waarbij we bijna gepickpocket zijn geweest, maar eva was op haar qui vive en ze hebben niks kunnen nemen ¡ (vreemd, de uitroeptekens staan hier ondersteboven…) Voor de rest hebben we ons hier eigenlijk nog nooit onveilig gevoeld, het is hier veel properder en georganiseerder dan in Afrika, niemand valt ons lastig met verkoopswaar, en je merkt toch heel hard dat de levensstandaard hier een pak hoger ligt. Ook al is bolivie het armste land van zuid amerika. Morgen ontmoeten we niels en gaan we voorbereidingen maken om de andes in te trekken. Ancohuma en illampu staan op het programma, maar niets moet, alles mag, we zijn hier vooral om ons te amuseren.

tot gauw voor meer nieuws.

ps: na twee dagen reizen ontdekte ik eindelijk waarom mijn rugzak zo stonk. ik dacht dat het lag aan het feit dat het mijn klimrugzak was en die nogal es naar mijn klimschoentjes kan ruiken, maar nee hoor, ik ontdekte een bananenschil in een plastic zakje in een van de zijzakken van mijn rugzak… Al mijn kleren opnieuw mogen wassen en ineens ook mijn rugzak nog es een flinke beurt gegeven. Ik kan me nog herinneren dat Koen of Brenda tijdens een van de laatste klimmekes tegen mij zei: zou je die bananenschil niet ineens wegsmijten… had ik toen maar geluisterd :)

pps: Bolivianos zijn klein en wij ni en dat is grappig. Ze vinden het zelf ook best wel grappig :D

hallo lieve mensen,

Zoals beloofd volgt hier een uitnodiging voor onze lezing. Op 3 april tonen we jullie onze mooiste foto`s,  vertellen we de sappigste verhalen en beantwoorden we al jullie vragen in de chalet van de Bergpallieters in Buggenhout. een wegbeschrijving kan je hier vinden: www.bergpallieters.be

Iedereen welkom vanaf 8 uur.

Kunnen jullie iets laten weten als je komt? Op die manier weten we hoeveel plaats we gaan nodig hebben.

groetjes en tot dan!

Eva en Arne

en tegen vanavond zullen ook alle foto’s van de laatste maand online staan.

We namen de trein Nice – Brussel, dat duurt ongeveer 8 uur. 8 uur in de gemakkelijke TGV-stoelen, wij hebben al erger gehad. (De matatu in Mombasa zou in die tijd bijvoorbeeld een goeie 250 km hebben afgelegd. Je zou helemaal gebroken uit de bestelwagen waggelen en ook helemaal getraumatiseerd door de ontelbare poepen die tegen je gezicht zijn gedrukt. je zou natuurlijk wel reizen aan een kleine 5€ en wel doorvoed zijn aangezien er ondertussen ook een marktje heeft plaatsgevonden op de bus.)

Aankomen in het drukste station van België en dan ook net om half zeven … Gelukkig stond daar bijna de hele familie en werd zo de rest van de drukte een beetje afgeschermd. Mijn anderhalf jaar oude neefje had nbtje hetzelfde gevoel als ons en keek met grote ogen naar brux-midi en naar mij. Toch niet echt een blik van herkenning, maar dat was te verwachten. We zijn elk bij ons thuis gaan eten en daar zitten we nu nog aangezien we ons appartement hebben opgezegd. Nu kan het hele werk- en woningzoekcircus helemaal opnieuw beginnen. Arne werkt nog even bij AS Schoten tot hij eind-oktober de stage heeft om instructeur bergbeklimmen te worden. (haha eind oktober naar Val Di Mello, en hij dacht net van de kou verlost te zijn)  Ik ben ondertussen al gebeld voor wat labo-jobs, maar heb er nog geen aangenomen. Er is hier nog genoeg te doen en ik wil eerst wat zoeken naar iets wat ik echt graag zou doen. en natuurlijk mijn rijbewijs halen!!!

Ik heb net brood gebakken, zoals mijn mammie vroeger altijd deed. Als het brood nog warm is, kan je dan een dikke boterham afsnijden en er confituur opdoen (liefst eigenlijk ook nog warme versgemaakte!) hmmm. mijn mammie maakte vroeger altijd 3 broden, 2 van een kilo en 1 nog groter. Dan kregen wij voor vieruurtje 2 warme boterhammen, zodat er al bijna 1 klein brood op was voor het nog maar afgekoeld was. hihi, geen wonder eigenlijk da wij allemaal zo groot zijn. :) hmmmmm vers brood!

Aan allen vriendelijke groetjes, bedankt voor het lezen en een fijne nazomer.
Op deze blog zullen we nog posten als er eens een artikel verschijnt of als we een lezing geven. Tot we natuurlijk weer op reis gaan :) , ik mis de bergen al een beetje.

In St Martin Vésubie zijn we dus pas na de middag vertrokken op weg naar Bélevedère waar we iets voor het dorp hebben gebivakkeerd. Het bivak was niet ideaal gekozen, nogal dicht tegen de huizen, maar we hadden die dag niet veel geschikte plaatsen tegengekomen. Nu zijn we dus echt in de beschaving beland. Bovendien is de jacht volop aan de gang en hebben we geen zin om ’s morgens vroeg gewekt te worden door wilde jachthondjes of door schoten. We stonden op een heel oud verwaarloosd tuintje onder een dakje van struik. Na een kwartiertje wandelen kwamen we ’s ochtends aan in het dorp en hebben we eerst nog een koffietje gedronken. De wandelroute gaat nu vooral door bossen, die er steeds mediteraner beginnen uit te zien. Af en toe kom je eens een buitenverblijfje tegen, of een stuk land waar iemand een auto gevuld met computerschermen heeft staan of een andere hoop ondefiniëerbare rommel. (Fransen zijn eigenlijk echt smerig) De klim naar Col de Turini was de allerlaatste lange klim van 1000 m in één keer, hierna zijn voor ons de hoge bergen een beetje gedaan. We gingen alweer voor een bivak; al had ik absoluut geen zin in de kou, ik had ook niet echt zin in alweer een crappy overcharging hotel. We stonden bovenop een bergtopje op een open plek in het bos, kou verzekerd dus :) We hadden gedacht dat we van geile herten geen last gingen hebben, aangezien die ’s avonds meer naar de vallei lopen, maar ons geile-herten-karma is niet opperbest. Om 11 uur had de eerste aangezet en algauw leek het hele bos vol verkoude zeehonden te zitten. Alles went zeker? Soms liepen ze snel-snel over de open plek en voelden we de grond onder ons trillen. We werden nog één keer opgeschrikt door het geluid van een sopraan-hondje (of een vos?) maar al bij al een vreedzame vree koude nacht. ’s Morgens zijn we maar in de tent gebleven om te ontbijten en toen ik buitenkeek was alles rijmig en bevroren. allez kom, ‘t is de laatste, dacht ik bij mezelf, maar veel motivatie om uit mijn slaapzak te komen kreeg ik daar niet van. We hadden ons zo veel mogelijk naar het oosten gericht om de eerst zon te krijgen van de hele vallei en dat was ook wel zo, maar dan nog was de zon een beetje te laat. Na veel gepor van Arne geraakten we dan toch nog opgebroken en toen de zon er eindelijk doorkwam konden we nog net de tent drogen en de poep opwarmen voor het vertrek. Vandaag zou het 5 uur wandelen zijn naar Sospel (zo waar een Frans dorp met naar’t schijnt een winkel (ojeeeeeee!!!!)) en de dag daarna 9 uur naar Peillon. We hadden nog getwijfeld om niet door sospel te lopen, maar een douche drong zich samen met enkele onwelriekende wuftjes, op. Het ging maar niet vooruit, de route maakte rare kronkels en dat dorp daar in de verte leek maar niet dichterbij te komen. De vermoeidheid en de frustraties maakten het laatste stuk niet vrolijker en het gebrek aan wegmarkering was al helemaal niet goed voor het moraal. Om half 6 kwamen we aan in Sospel en daar zagen we dat de wandeling die we net gedaan hadden 9.5 uur had moeten duren en die van morgen 5 uur. Menig Nederlands, Engels, Frans en Zweeds onbeleefd woord kwam in ons op, maar soit, chance dat het morgen dan geen 8 uur meer was. Eigenlijk hebben we die dag dus veel vlugger gewandeld dan de aangegeven tijd. We hebben onszelf dan maar getrakteerd op half pension in de gite d’etape en dat was geen slechte keuze, mjammie mjammie. De volgende dag was het vooral in dorpjes en bos en grote buitenverblijven van de riviera-beaumonde te doen. Die mensen hebben spijtig genoeg ook allemaal een Frans alarmsysteem ( een hond dus) en zoals we meteen al merkten vanaf de eerste dag in Frankrijk, die zijn niet zo goed opgeleid als in de “Germaanse” Alpenlanden. We hadden al enkele ‘chiens méchant’ gehad, maar toen we er eentje tegenkwamen die duidelijk dacht dat het wandelpad ook tot zijn territorium behoorde, zijn we voor het eerst deze reis op onze stappen teruggekeerd. Hij was heel erg agressief en ik was echt blij dat ik mijn stokken bijhad om mijn ’sappige’ kuiten te beschermen. Dat was echt balen en ook wel even bekomen van de schrik. De omweg die we daardoor moesten nemen was wel voor iets goed: DE ZEE. Voor de allereerste keer konden we ‘t zeetje zien en dat deed best wel vreemd aan. en plat.
De Via Alpina had met 5 uur wandelen ook alweer niet echt de beste schatting gemaakt, maar niet al te laat kwamen we toch in de buurt van het einddoel van de dag. … de voorlaatste dag … Als laatste nacht wilden we zeker bivakkeren, het enige platte stukje tussen Peille en Peillon is de rivier die in de vallei loopt, niet echt droog genoeg voor een tentje, zelfs niet onze geweldige lightwave. Gelukkig was er ook nog een bruggetje en dus hebben we nu ook al eens op een brug geslapen :) best wel tof. En, veel warmer want slechts op 570 m hoogte (eek, al die zuurstof in ons bloed :o ). We probeerden niet te veel te denken aan het einde van de tocht en tegelijkertijd juist wel. We beseffen nu dat dat zwarte gat waar iedereen het over heeft echt helemaal ni fijn is. We voelden ons een beetje ontheemd en euh vreemd dus. Ook wel trots dat dit gelukt is hoor, maar vreemd. De laatste wadeldag was slechts 3 uur wandelen, op naar Monaco en dus maar 10 minuten zonder huizen te zien. Naarmate we Monaco naderden nam ook het verkeerslawaai maar toe, veel luider dan ik me dacht te herinneren dat verkeer klinkt. Net toen we dan eindelijk aankwamen op het Place du Palais, het echte eindpunt van de Via Alpina, werd de wacht voor het paleis gewisseld. Honderden toeristen hadden voor dit spektakel de berg van de oude stad opgelopen en stonden, met camera in de aanslag, te wachten op een paar friswitte soldaatjes die een paar minderfris, maar nog heel witte soldaatjes aflosten. Het kwam allemaal een beetje buitenaards op ons over, … MMMWWWHOOO CARES … waar gaat dat allemaal over, zonder denigrerend te lijken, we snapten de commotie niet echt. Helemaal dolgelukkig was de aankomst dus niet, maar dat hadden we al wel verwacht, eigenlijk is het niet veel anders dan een andere dagaankomst, maar dan met meer volk. We hebben nog het oceanografisch museum en aquarium van Monaco bezocht, wat echt geweldig super cool en de moeite was. Aan het einde van het bezoek waren we beiden uitgeput, zoveel informatie hadden we al een hele tijd niet meer moeten verwerken en je krijgt er zowaar hoofdpijn van. Op naar Menton met de trein en de hele lange wandeling terug omhoog naar de jeugdherberg. En daar hebben we ook Joel eindelijk kunnen bereiken voor een fijn gesprek :D Met al die drukte in Monaco waren we nog niet tot op het strand geraakt en eigenlijk nog maar nauwelijks onder de 30 meter geweest. Dat hebben we dan ’s avonds goed kunnen maken door in Menton naar het strand te gaan en een gezellig restaurantje te doen aan de dijk.

De foto’s zullen we thuis allemaal wel op het gemakske doen, normaal komen we zaterdagavond aan in brussel. en dan is het helemaal gedaan … hm, ik weet nog niet zo goed hoe ik daarover moet denken. we laten het gewoon allemaal nog een beetje bezinken. toedels en tot irl

Om chronologisch te blijven, lees eerst het berichtje ‘met hannibal de alpen over’ hieronder!!!

Vanuit Ghigo wachtte ons het laatste zware stuk de Alpen over, langs vier berghutten, zonder dorpjes of winkels tegen te komen. Het laatste stuk zware Alpen, heb ik dat niet al drie keer gezegd? Tijdens heel deze reis hebben we maar twee keer gebeld naar hutten om op voorhand te reserveren. Eigenlijk willen ze dat allemaal, wat heel begrijpelijk is, maar wij voelen het aan als een beperking in onze vrijheid, en doen het dus niet. Maar omdat het weer maar half en half is en wij niet voor vijf dagen eten willen meesleuren, hebben we toch maar even gebeld om te verifiëren of alle hutten nog wel open waren. Het 1 september trauma, weet je wel… Al bij al viel het nog mee en vol goede moed vatten we de tocht aan naar de Rifugio Lago Verde. Nauwlijks vertrokken of het begon te regenen en te onweren. Op weg door het dichte bos hoorden we tussen het regengeruis door ineens een vreemd geluid in het bos. Een everzwijn, een bronstig hert… Het klonk best wel eng en heel dichtbij en zo in het donkere bos konden we niet veel zien. Toen ik daarna een luide scheet liet in mijn regenbroek, stopte Eva ineens en zei: ‘wat was dat? Ik denk dat het dichterbij komt!’ Haha, lachen gieren, brullen :) Het is een fysische wet, hoe hoger je komt, hoe kouder het wordt, en hoe meer kans dat de regen overgaat in hagel of sneeuw. Op een uur afstand van de hut zaten we weer gezellig in een onweer dat we zo goe en zo kwaad als het ging genegeerd hebben. Terugkeren was niet echt een optie meer. En ja, die regen was nu ook al geen hagel meer, maar begon er als witte vlokjes uit te vallen. De mensen in de hut waren supervriendelijk, maar vroegen ons toch direct waar we morgen heen wilden. Want het ging nog wel wat sneeuwen die nacht. Afwachten en ’s ochtends wel zien. Het avondeten was heerlijk en omdat het zo’n gezellige winterse avond was mochten we op het einde nog van elk zelfgestookt alcoholisch drankje proeven. Toppers waren: tijmlikeur, génépi, bosbessengrappa… jaja, er werd voor ons gezorgd. Ondertussen ook nog es een beetje de hele Belgische situatie moeten proberen uit te leggen. Bovendien is er werkelijk niemand, maar dan ook niemand die weet dat Nederlands en Vlaams dezelfde taal is. Ze snappen het alleen als we zeggen dat het exact dezelfde geschrevn taal is. Nu, we zijn zelfs al een Nederlander tegengekomen die niet wist dat wij dezelfde taal spreken, wat waarschijnlijk meer zegt over hem… Maarja, als sommige reisgidsen zoals de Lonely Planet al zeggen dat het twee verschillende talen zijn, dan snap je de verwarrring wel…

Die volgende ochtend had het iets meer gesneeuwd dan verwacht… De meteo had enkele centimeters sneeuw voorspeld, maar toen wij naar buiten keken zagen we 30 centimeter verse sneeuw liggen! slik… De geplande tocht naar de Jervis hut konden we vergeten. Gelukkig was daar een iets ‘gemakkelijker’ alternatief over de col d’Abries naar Frankrijk. Dat was ‘maar’ 150 meter stijgen. Na ons gesprek van gisteren moesten de huttenbazen wel wat vertrouwen gekregen hebben in ons, want ze zagen het wel zitten dat we het gingen proberen. Ze konden ons heel de tijd zien vanuit de hut (als de mist optrok tenminste) en hadden ons gedetailleerd de weg beschreven en de juiste col beschreven waar we naartoe moesten zigzaggen. Arne heeft al zijn alpine ervaring mogen bovenhalen en we hebben Barbara, een Duitse vrouw die gisterenavond ook nog was aangekomen in de hut, op sleeptouw genomen. Zelfs met een zonnebril was het heel moeilijk om in dit mistige besneeuwde landschap enig relief te kunnen onderscheiden. Gelukkig kwam het zonnetje erdoor. Maar goed ook, want op die manier konden we heel vaag het wandelpad door de bergflank omhoog zien lopen. Oef, ook al moeten we nog steeds sneeuwstampen en ons eigen spoor door de sneeuw trekken, we hadden tenminste een soort richtlijn die we konden volgen… Het was onbeschrijflijk mooi om als eerste en enige mensen in deze witte winterse wereld te mogen binnenkomen. Die maagdelijke sneeuw, niks dan witte bergen rondom ons, stilte… We hebben er maar een half uurtje langer over gedaan dan de gidstijd, wat wel een prestatie mag genoemd worden. Naar boven lieten de beide dames Arne graag als eerste gaan, maar naar beneden hebben we afwisselend gespoord. Zo wandelden wij de Queyras binnen, een streek die bekend staat voor haar wintertrekkings … maar meestal op sneeuwraketten. Het was subliem, maar de foto’s zullen het ongetwijfeld beter vertellen. In abries was alles zoals gewoonlijk weer dicht maar hebben we toch nog een klein take away restaurantje gevonden waar we ons es goed hebben laten gaan en nog een hele nacht hebben nagedroomd van die prachtige dag… We hebben al helemaal onze zinnen gezet op die wintertrekking die we deze winter tesamen met Joel in Zweden willen gaan doen!

Toch maar even naar de Refuge du Viso gebeld om te vragen of we langs daar terug italie binnen konden wandelen, waarop we geantwoord kregen dat er bijna geen sneeuw meer lag en dat er vandaag al mensen waren die de col hadden overgstoken. Die fransen en hun understatements altijd… Er lag nog gigantisch veel sneeuw! Wat wel heel mooie beelden opleverde van de Monte Viso natuurlijk :) De gardien stapte trouwens ook niet waarom we te voet wilden vertrekken vanuit abries. Il faut fair l’auto stap jusqu’au parking! Als zelfs de huttenbazen het al niet meer snappen :) Sinds gisteren zijn de temperaturen hier serieus gedaald en het was dan ook ijskoud. samen met nog drie andere belgen zijn we de 2800 meter hoge besneeuwde col overgeraakt en zo terug italie ingewandeld. Op de camping in Pontechianale was de zon al weg om 4 uur en het was een bitterkoude nacht. Van daar weer verder naar Chiesa di Belluno waar Arne zijn tweede dipje van de reis beleefde. Het ging gewoon niet meer vooruit. Altijd maar wandelen, de ene dag na de andere, ook al zijn het ‘nog maar’ 16 dagen, het blijven toch ook ‘nog altijd’ 16 dagen… en de enige manier om vooruit te geraken is om te blijven wandelen. Omdat we hier ook zo goed als geen winkels vinden is het ook onmogelijk om ons eigen wandelritme te volgen en veel te bivakkeren. Om eten te vinden moeten we echt van dorp naar dorp gaan. Wat alles dan weer duurder maakt, wat ervoor zorgt dat ons geld vlugger dan verwacht opgeraakt. Wat nog es extra stress oplevert want in al die kleinen middeleeuwse dorpjes waar je geen winkeltjes vind, vind je al zeker geen bank, of internet, of wandelkaarten… Soms wandelen we 4 dagen zonder kaarten en baseren we ons op digitale foto’s, genomen van wandelkaarten, GR streepjes, pijltjes, onze grote overzichtskaart van de hele alpen en vooral ons routegevoel. Om maar te zeggen dat het serieus vermoeiend begint te worden om georganiseerd te blijven… Niet gemakkelijk zo wandelen zonder gidsje waarin staat waar er eten is, slaapplaatsen zijn, banken… maar kom, we zijn en blijven op vakantie en we mogen niet klagen!

Wat enkele dagen later in Ussolo bewezen werd! De mevrouw aldaar was zo blij dat ze met ons kon babbelen dat ze ons twee gratis orvallekes heeft gegeven :) en vanaf daar was ons dipje weer over :) Iedere avond kunnen we hier trouwens het uiterst charmante geluid horen van mannelijke herten die een beetje bronstig op zoek zijn naar een vrouwtje. Het geluid valt best te omschrijven als een kotsende kerel (of zeehond) die juist in zijn kruis getrapt is :) Op naar Chiappera waar ze ons gigantisch overcharged hebben voor het laatste van hun voedselvoorraad (wie gaat er nu nog wandelen in de bergen, wij hebben niks meer…) waarna we de dag daarna tesamen met een 30 koppen tellende luidruchtige italiaanse wandelgroep afscheid hebben kunnen nemen van Italie. Piemonte heeft ons italie terug een beetje leren waarderen.

In Larche begon het verhaaltje terug van voren af aan. Op de camping hebben we bijna al het laatste eten opgekocht dat er te vinden was, nog juist genoeg overlatend voor twee andere trekkers die dan echt het allerlaatste eten hebben opgekocht. Met hen zijn we gaan eten op restaurant en Chris (canadees) en Jane (Britse die in Cannes woont) bleken twee heel fijne mensen te zijn die we de dagen erna nog vaak zouden tegenkomen en heel veel fijne momenten mee hebben beleefd. In het restaurant is het ons ook gelukt om 50 euro extra te krijgen met behulp van onze visa kaart. De man van het hotel was er niet echt gelukkig mee, maar wij waren terug gesteld voor twee dagen. Vanaf hier wandelden we het Mercantour Nationaal Park binnen wat van het mooiste is dat we al gezien hebben. Na Larche vonden we weer een onbemand gite d etape. Zonder gevulde koelkast deze keer, maar wel gratis en proper onderdak, ook goed, we hadden zelf eten bij.

Vanaf daar weer verder naar Saint etienne de tinee. Eindelijk een echt groot dorp, maar ook hier geen supermarkt. Internet was in panne (he, das ook lang geleden dat we dat nog es hebben gehoord) maar ze hadden er gelukkig wel een cafe met Belgisch bier. We hebben chris en jane een duvel getrakteerd en hebben heel veel gelachen die avond. We beginnen echt nood te hebben aan vriendjes… In st etiennen hebben we toch maar een rustdag genemen, ook al was er niets. Eva heeft heel veel geslapen en arne heeft heel veel gegeten. Twas allemaal goed dus! Op naar Roya, waar we voorbij zijn gewandeld en gebivakkeerd hebben in de regen in het nationaal park. Geen wolven gezien maar heel veel gemzen en gypaéten. Het is best wel indrukwekkend om zo’n groot beest met 3 (!!!) meter spanwijdte over je hoofd te zien zoeven. Wat een wildlife dag en wat een lange dag. Chance dat wij gebivakeerd hadden. Iets voorbij de gite d etape hebben we nog maar es in de tent geslapen. Voor het eerste sinds 2 maanden zitten we hier nog es onder de 1000 meter en das best wel lekker warm :) Verder door St saveur de tinee (geen internet) en door naar saint martin vesubie waar we nu zitten. Supermooi en al drie uur achter een pc zittend voor jullie. Sorry voor alle typfouten, maar ze zijn hier rondom ons heel het cafe interieur aan het veranderen en ze willen ons hier eigenlijk een beetje weg.

Maar kolm, het gaat goed met ons, wij vertrekken hier sebiet terug. Normaalgezien zijn we binnen 5 dagen in Monaco… Haaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa,

wapperende handjes, paniek, een zwart gat wacht op ons… (gelieve geen flauwe woordmopjes te maken)

Tot gauw!

amai, eindelijk internet, daar hebben we (en jullie) vier weken op moeten wachten. Omdat we zoveel te vertellen hebben zal het allemaal een beetje anekdotisch zijn en ook de foto’s zullen moeten wachten…

Ook al was het nog zo geweldig in Chamonix, we wilden eigenlijk gewoon zo vlug mogelijk terug weg van de drukte en de mensen. Plan A was het liftje pakken over heel de Vallée Blanche en zo het hele Mont Blanc massief op een mooie manier over te steken. Het weer besliste er anders over, zodat we onze tickets dan maar doorverkocht hebben. Plan B dan maar: met de bus door de Mont Blanc tunnel naar de Aosta vallei om daar terug aansluiting te vinden met de Via Alpina. Zoals te verwachten werd het 15 minuten na aanschaf van onze bustickets mooi weer… C’est la vie. (Eva had de oversteek naar Helbronner al gemaakt, de foto’s komen op de site)

Italië begon meteen met een charme offensief. Lekker weer, goed verzorgde wandelpaden, relatief goede bewegwijzering en een heerlijk bivakspotje naast het Lac Lolair. Hier zo dicht bij de grens kunnen de meeste mensen een mondje frans, zodat we die eerste avond nog een leuk klapke gedaan hebben met een boer die daar nog wa gras aan het afrijden was. Ook de dag daarna stopte er ineens een auto naast ons. Wij dachten dat er iemand ons spontaan een lift kwam aanbieden, maar nee hoor, twas gewoon een oud manneke dat zich afvroeg wie wij waren en wat wij daar deden met die grote rugzakken. Zoveel wandelaars zien ze hier blijkbaar niet. Veel te vroeg aangekomen in Valgrisenche beslisten we om nog wat verder te stappen langs een alweer perfect aangelegde oude stenen weg door een prachtig natuurlandschap. Ook hier weer een ideale bivakplek met zicht op het wondermooie Gran Paradiso massief (de naam alleen al). Vlug vlug koken buiten het tentje, want er kwam slecht weer aan. ‘t Is ons nog net gelukt ook, maar het eten zelf hebben we toch in de tent gedaan. Ach, twas de eerste en tot nu toe enige keer, dus twas ni erg, hoewel gebukt eten niet alles is. Lange mensen kunnen in onze tent niet rechtzitten… Voor de volgende dag hadden we het snode plan bedacht om een mega afkorting te nemen, want we zagen onze wandelroute een grote omweg nemen om een mooi meertje te gaan bezichtigen. Mooie meertjes hebben wij al genoeg gezien… Maar ja, zelfs na maanden stappen hebben we de wijze les nog steeds niet geleerd. Routes volgen de weg die ze volgen altijd voor een goede reden. En onze shotrtcut bleek zoals gewoonlijk allesbehalve een shortcut te zijn. En gevaarlijk ook nog bovendien. We zagen de weg beneden waar we naartoe mosten, maar hoe dichter we erbij kwamen, hoe steiler het terrein. En terugkeren wilden we ook niet meer, boe! Ach ja, we zijn er geraakt, nog in één stuk, dus eind goed al goed. Boven op de col konden we uit de wind gaan zitten op een bankje waar ze een vreemd stenen muurtje hadden gebouwd. Eens daar gezeten lazen we pas het metalen waarschuwingsbordje: ‘warning, unexploded bomb’… tsja, veiligheid in het zuiden van Europa… In de hut zaten we met één Fransman, een accompagnateur de montagne, die een beetje leek op Michel Preudhomme, twee Britse kerels, waarvan er één geemigreerd was naar Nieuw Zeeland, en de eigenaar van de hut die een Luikenaar was en er best al een interessante levensloop had opzitten. Het was een leuke avond vol geanimeerde gesprekken, bosbessen met verse room, en Britse humor. Een voorbeeld: ‘a farmer from New Zealand comes to visit his friend in the UK, who’s also a farmer, and says: ‘Wow, your land is really small. when I take my car and drive one hour north, or south or west or east, I still won’t have reached the border of my property.’ And then the Brit says: ‘ow yeah, I had a car like that once’ :) Soit, als ge hem daar die avond had gehoord had ge kreupel gelegen :) De dag daarna hadden we zowaar terug regen, een hele dag lang. Wat er voor zorgde dat ons dichtbegroeid bospad er een beetje als een jungle ging uitzien. Tegen de lunch kwamen we michel preudhomme terug tegen, en tesamen schuilend onder een afdakje deden we hem ons Via Alpina verhaal. Zelf had hij toen hij jong was de GR5 of E2 gedaan. Een lange afstandswandelroute die hem van Nederland over de Ardennen, Vogezen, Jura en Alpen tot aan de Middellandse Zee had gebracht. Op het einde gaf hij ons zelfs een handje :) Wij gingen verder tot Brévières, een skidorp waar zoals gewoonlijk alles gesloten was. Openingsuren: van 11 tot 12h, sluitingsuren, de namiddag en het weekend. En dat durven ze daar echt ophangen aan hun deur hé! Tss, dan maar hopen op de camping. Die was wel open, maar ze hadden juist vandaag al hun eten weggedaan :( ahja, want het is september en dan is het reisseizoen gedaan… hmm, misschien het dorpje nog es een uur verder dan? ook niks, volgens de mevrouw. Het eerstevolgende was Tignes le Lac, op nog es 2.5 uur verder, maar twas al vijf uur dus tegen dat wij daar gingen zijn was waarschijnlijk alles dicht. En we hadden echt eten en wandelkaarten nodig. De mevrouw zat er zo mee in dat ze net al haar eten had weggedaan dat ze ons zomaar een lift heeft gegeven helamaal tot daar. Gratis en voor niets, terwijl ze daar helemaal niet moest zijn! De goedheid van de mensen blijft ons verbazen. En inspireert ons om zelf veel goed te doen. ‘Wie goed doet, goed ontmoet!’ Moge het een wijze les zijn voor ons allen :)

Tignes le lac is eigenlijk gewoon een groot skioord, maar we hebben ons het hotel en de supermarkt laten welgevallen :) Eens vertrokken, zagen we heel veel mensen achter ons aankomen lopen. Allemaal in van die korte broekjes en ieniemini dagrugzakjes. Met wandelstokken en een nummer op hun rug. Diegene die nog genoeg adem hadden om een klapke te doen wisten ons te vertellen dat ze de Grande Traversee des Alpes deden, van het meer van Geneve tot in Nice in 15 dagen. 40 km per dag door de bergen dus. Best wel impressionant, maar als er hier iemand de Grande Traversee des Alpes doet… We hebben het hen maar niet gezegd :) Het Vanoise nationaal park was de max. Zo wild en woest, maar vooral winderig. Het heeft ons niet tegengehouden om ons tentje naast de hut op de ‘aire de bivouac’ op te zetten. En het heeft de foehnwind goed weerstaan! De dag erna waren we juist op tijd in Termignon om de regen voor te zijn. Het scheelde een 5tal minuten. De gite d’etape daar koste ons 12 euro per persoon, voor een douche en een keuken die we mochten gebruiken. Allright, dat zijn pas prijzen. Er kon wel geen enkele deur op slot (niet de voordeur en niet de kamerdeur) en ’s avonds moest de lokale jeugd juist voor ons gebouw een beetje stoer komen doen. Roepen, Bier drinken, Automotoren in hoog toerental laten draaien, brommers, gezellig… Gelukkig heeft er niemand stomme ideeen gehad, maar we hebben toch maar onze kamerdeur geboobytrapped. (Eva lag al lekker te knorren en heeft daar nix van gehoord ;) )

Daarna ging het met een overvolle rugzak naar de Refuge de Suffet, die dicht was (het 1 septembertrauma noemen we het). We zijn anderhalve maand te vroeg in het seizoen geweest en nu gaan we waarschijnlijk een hele maand te laat in het seizoen zijn… Vanaf 1 september gaat de helft van alle hutten hier dicht. Gelukkig hadden we eten genoeg bij, want ook de dag erna bleek de refuge de Vaccarone dicht te zijn. Enige navraag leerde ons dat de hut al drie jaar dicht was, of 10 jaar… maakte niet uit, er waren drie vriendelijke Albanese bouwvakkers wat verbouwingswerken aan het doen. Echt verstaan deden we elkaar niet, maar we begrepen wel dat hij veel vrienden in Bruxelles had :) Wij spreken de vier voor ons relevante talen en hij de vier voor hem, maar geen ervan matchte… ow ja, de route die wij vandaag gevolgd hebben is met 90 procent kans diegene die Hannibal gevolg zou hebben toen hij met zijn olifanten de Alpen over heeft gestoken vele honderden jaren terug. Cool! Zoiets doet mij toch altijd iets…

Daarna had de Via Alpina zich tijdsgewijs 3 uur vergist in de juiste richting, zodat we al na drie uur ipv 6 uur aan de Levi molinari hut stonden. iets daarvoor hadden we zes vreselijk gemene agressieve honden gepasseerd, die gelukkig voor ons, maar jammer voor hen, allemaal met een grote pin en ketting aan de boom vasthingen. Stomme Italianen en hun ongemanierde honden! In de ‘Germaanse’ landen nooit ook maar één probleem gehad, en hier… Zo wordt het ook eng om door die kleine inniminidorpjes te lopen, want daar zijn altijd wel honden die één of ander territorium te verdedigen hebben. Na Levi Molinari moesten we de asfaltweg volgen en 1200 m afdalen naar San Bertrand, hiep hooi. Juist als we gingen zitten voor de lunch hoorden we daar toch wel een auto afkomen sjeezen zeker … liften geblazen! De gardien van de Levi Molinarihut stopte maar al te graag voor ons en na wat reorganisatie kropen we in zijn Franse auto (lees: peugot of renault, onbestemd jaar in een ver verleden, enkele krassen en minstens 1 deuk of een missende velg, 1 autozetel met een scheur in of met een andere bekleding, honden- of kinderharen, geen dennenfrisgeur, piepende remmen in de veel te snel en blind genomen bochten… zoiets, toch?) en nochtans, het was een Italiaan, ‘t is zeker besmettelijk. Hij bracht ons naar Sanbertrand waar we nog wat eten hoopten te vinden. ‘t was daar natuurlijk allemaal dicht voor de siesta en we wilden nog wat verder stappen naar een hut in de bergen. Gelukkig was er ook een autosnelweg met servicestation. Als je niet op de snelweg rijdt is dat eigenlijk best moeilijk binnen te geraken. Na enkele verkeerde aanlooppogingen hebben we dan toch het deurtje in de omheining gevonden, tijd om eten en wc-papier in te slaan (in termignon hadden we het moeten stellen met koffiefilters en das ni tof. Eva wordt vree ambetant als ze geen wc-papier bij de hand heeft.) We hebben geluncht in het veel te drukke truckerscafé en daar ook op zoek gegaan naar een wandelkaart, niet echt gevonden … best wel logisch eigenlijk. We hebben wel de Porno(auto)maat gespot, hihihihi, voor de eenzame rucker, euh trucker. Da’s dus een automaat waar ge voor 4 a 6 euro een porno DVD kunt kopen, en dat 24/24h!

Daarna ging het naar de refuge Arlaud, heel fijne en propere en toffe hut, met een gardien die ook engels en frans sprak. Zozo, dat kom je niet vaak tegen dat een Italiaan 3 talen spreekt, zeiden wij. “That’s because I’m French” repliceerde de gardien, hihi. We legden de 700 hoogtemeters af in exact 2 uur en na 350 hoogtemeters hadden we ook exact 1 uur gewandeld, Eva gaf tempo aan en deed dat dus super!!! Het eten in de hut was trouwens spectaculair lekker (en goedkoop!!!), geen wonder dat er mensen waren die helemaal tot boven kwamen gewandeld om daar te eten en dan ’s avonds nog terugwandelden. De dag erna zat de Via Alpinatijd er weer dik naast op weg naar Usseuax, maar de Gîte d’etape (Pzit Rei) daar maakte veel goed en we hadden nog net tijd genoeg om te liften naar Fenestrelle (grootste fort van Europa, gigantisch, googlen maar!), te winkelen en terug te liften. Alhoewel dat het liften in Italie niet zo goed lukt, zorgt ons lifterskarma altijd goed voor ons. De gîte had een heel manifesto over hoe ze eerst en vooral goed voor de reiziger wilden zorgen en dan pas poen pakken en dat scheen door in de hele service. De douches waren gratis, over “seulement la nuit” werd niet moeilijk gedaan, er was een keuken voor wie zijn eigen eten meehad, met basisproducten al aanwezig (in Italie is dat olie en azijn, zout, suiker en koffie) s’Avond kwam de baas afrekenen en nog een klapke doen. Hij vond het fantastisch wat we deden en zei zelfs: “Merci pour me donner l’ honneur de vous pouvoir héberger” Slik, quoi? euh, bloos bloos, graag gedaan zeker? We gaan hem in Monaco een kaartje sturen. ’s Morgens kwam hij mij nog een hangertje geven met het symbool van Occitanië, pour le bonheur. Enfin, weer zo ne fijne hartverwarmende lieve mooie mens, wat zijn wij dikke gelukzakken. (merk hier ook even op dat ze in Piemonte/Occitane overal eigenlijk ook Frans praten, sjieke dinges, al vragen wij uit beleefdheid altijd even in het Italiaans of we het in het Frans mogen doen, wat zij dan weer heel hard apprecieren, want de fransen beginnen altijd gewoon direct int frans.)

We hadden het nodig, le bonheur, het beloofde een zware dag te worden, 1430 m stijgen en weer 1450 naar beneden en ook nog eens een dik afstandje af te leggen van Usseaux naar Balsiglia, waar er hopelijk een gîte open was … en anders de tent. Er zou ons ook een meneer van een verder gelegen gîte kunnen komen halen, maar daar hadden we zo geen zin in. Het was ongelooflijk mooi, ook al was het weer dat niet. Maar onderweg waren er overal houtsnijwerkjes uitgesneden in dode bomen en waren er ook tekstjes uitgehouwen in de stenen langs de weg, à la: ’salut montagnard’, ‘on n’a pas tous les jours 20 ans’ en ‘on n’a jamais fini d’apprendere de la montagne’. Allemaal getekend met D.G. Da’s best wel een toffe peer. Tijdens de afdaling, die ongelooflijk lang duurde en passeerde langs verlaten spookhuizen hoog in de bergen, ook nog een dode koe onder een helikopter zien hangen. Het vilbeluik in de bergen… Eens aangekomen in Balsiglia na 10 uur stevig doorstaapen konden we onze ogen niet geloven. Een onbemande gite d’etape met goede propere bedden, Wc’s, een warme douche, een haardvuurtje met droog hout en een hele koelkast gevuld met vers lekker eten, én een fles wijn… En of we alsjeblieft 15euro wilden achterlaten in het geldkistje!!! Wat een service. En iedereen ons maar vertellen dat het hier gesloten was, man, man, man, het is een van de beste herinneringen die we gaan overhouden aan deze reis!

Na al dat overdonderende goeds, was de wandeling daarna maar een beetje blasé, maar kom, in Ghigo de Prali hadden ze terug alles wat we nodig hadden, zij het dan voor een iets duurdere prijs. Winkeltjes, een bank, wandelkaarten, een krant, een Bed en breakfast (zonder breakfast, want ze moesten hier al opendoen helemaal voor ons alleen), maar geen internet. Ook heel grappig, als je hier vraagt: ‘excusez, parlez vous le francais?’ en ze antwoorden: ‘un pou’ dan weet je het al wel :) Omdat het bijna onze zesde verjaardag was (jaja, zolang houden we het al met elkaar uit!) gingen we ons es goed laten gaan op restaurant en niet naar het geld kijken. Alles was natuurlijk weer dicht in heel het dorp, zodat we ons in het ietwat ongezellige hotelrestaurant moesten zetten, waar de eigenaar nog vlug het dagmenu voor ons maakte en afrpintte :) Hij verwachtte blijkbaar ook niet veel gasten. Toen Eva haar bestelling had doorgegeven (antipasti, primo en secundo) zei hij ‘grazie’ en was hij weg. Hela, hela en ik dan? Of hij dacht dat we allebei hetzelfde wilden, of hij dacht dat wij van elk maar één portie konden opkrijgen. Niks van, we hebben ons goed volgestoempt met eten en drinken en een dessertje bovenop. Hij was blijkbaar zo tevreden dat hij ons een prijsje heeft gemaakt zodat we op het einde van die dag voor maar 50 euro gigantisch veel gegeten hebben.

Jaja, niet klimmers gaan misschien niet veel hebben aan volgend berichtje. Het is geschreven door Arne, en dus iets minder literair ’sappig’ dan Eva’s tekstjes en het gaat alleen maar over klimmen. En zoals Koen en ik de voorbije week ’s avonds op de camping gemerkt hebben, snappen niet klimmers niet hoe je daar zo lang over kan doorleuteren… Soit, een gewaarschuwd man…

Omdat dit voor mij uiteindelijk toch ook een rustweek moest worden en Koen last had van zijn knie en een tenniselleboog, lagen onze verwachtingen redelijk laag. Liefst zo kort mogelijke aanlopen en zo weinig mogelijk sneeuw en ijs. Maar omdat we geen ’sportklimjeanetten’ zijn, ook liefst zo avontuurlijk mogelijk terrein!

Dag 1: Tour des Crochues – Voie Galbert Escande (200hm – zestal touwlengtes – hoofdzakelijk vierdegraads) Een toffe inklim dus en een ideale test om es te zien hoe het lichaam reageert op klimmen. Zoals verwacht was er in de verste verte niemand te zien. Iedereen zat op de Aiguille de l’Index of was aan het sportklimmen op de ‘Mani Puliti’ of de Grande Floria. Bovendien hadden ze slecht weer voorspeld voor de namiddag en waren we iets te laat vertrokken. Allemaal de schuld van Koen en zijn vijf verschillende soorten Belgisch Bier :) De route zelf was best wel mooi, maar had een onduidelijk routeverloop waardoor we tussen het tweede en het vijfde relais waarschijnlijk een variant geopend hebben. Onze neus heeft ons uiteindelijk toch de juiste weg gewezen en zonder al te veel problemen hebben we na drie uur toch nog de top bereikt. In de regen, in de wind, in de wolken en mét een gescheurde broek, wat ‘redelijk fris aant pietje was’. Een scheur van knie tot kruis. De klimweek was goed ingezet en van een tenniselleboog was niks te bekennen.

Dag 2: Clocher et Clochetons de Planpraz – Traversee (route 1 in Rébuffats mooiste 100 van het massief) Deze anders veel te populaire route was ook vandaag verlaten. Eerste reden: de téléphérique van planpraz is buiten dienst, wat een extra aanloop van 2 uur oplevert. Tweede reden: het regende. Maar omdat we geen mietjes zijn en een hele Belgische winter door in alle weersomstandigheden in de Ardennen zijn gaan klimmen, wilden we er per se voor gaan. Moeilijk was het niet, avontuurlijker des te meer. De hele klim bestaat uit het opklimmen van vijf aparte torentjes, elk met hun eigen karakter. En toen kwamen we aan de laatse Clocheton. Een schoorsteen van een vijftal meter, waar we eigenlijk allebei forfait wouden geven. Het zag er maar vies uit en het is zo niet direct onze meest populaire klimstijl. Maar toen herinnerde ik mij de route die ik met Ruben in de Caroux heb geklommen. Een schoorsteen van 4 touwlengtes die we als ‘training voor later’ hadden gedaan en waar we ook serieus ons peren in hadden gezien. Had ik toen anderhalf uur gezwoegd voor 30 meter klimmen om hier op te geven? Niet dus. Met Koens zekeringscapaciteiten en mentale steun heb ik er mij doorgewurmd en na het takelen van onze twee rugzakken is Koen er ook vlot door geraakt. Jippie, de smaak van overwinning. Omdat het liftje niet meer werkte wachtte er ons wel nog een afdaling van 1500 meter… pijn aan de knietjes, maar zeker de moeite!

Dinner in Chamonix en dan maar terugliften naar de camping (vanaf half 8 rijden hier geen treinen of bussen meer, vreemd…)

Dag 3: Aiguille de l’M – Voie Couzy (200 hm, 7 TL, TD) We voelden ons allebei goed genoeg om een iets zwaardere route aan te pakken. De eerste mooie dag van de week en wij gaan in een noordwand kruipen :) Koud man, koud, tzal ergens tussen de nul en de vijf graden geweest zijn. We dachten dat we weeral helemaal alleen gingen zijn. Stond daar toch wel geen cordee aan de inklim zeker? Miljaar… Nu, het bleek een jong Engels koppel te zijn die heel snel konden doorklimmen (ze zijn het gewoon om  aan Trad-climbing te doen) én nog heel sympatiek waren ook. Waarbij de vrouwelijke helft van het cordée ons ten zeerste kon charmeren. De sensatie van helemaal alleen in een wand te zijn viel dan misschien wel weg. Daar stond tegenover dat het geanimeerde gesprekken opleverede op ieder relais. Zij waren er van overtuigd dat wij Engelsen waren. Niemand anders is immers zo zot om op zo’n warme dag in zo’n koude route te kruipen :) We zijn heel vlot boven geraakt, maar omdat het gisteren weer zo laat was, was het dat vanochtend ook en zodoende gingen we weer het laatste treintje missen. Weer 1500 meter te voet afdalen dus. En het ging een rustweek worden…

Dan hebben we van dag 4 maar een rustdag gemaakt. Een hele namiddag niks doen en dan nog omhoog naar de Lac Blanc hut om daar ’s avonds met Eva, Iris en Wim te dinneren. Na het avondmaal zijn wij nog wat verder gewandeld om te bivakkeren, waar we ’s nachts wakker zijn geworden door verdwaalde klimmers en iets later door grazende steenbokken naast de tent. Het is eens iets anders dan koeien…

Dag 5: Aiguille de la Persévérance – Arete NE (350 hm, D) Misschien wel mijn meest favoriete beklimming van deze week! Om zes uur 30 opgestaan en vanop ons bivak de zon zien opkomen over het Mont Blanc massief. Nog anderhalf uur aanlopen over puin tot het begin van de route. Door een couloir omhoog en vanaf de eerste sneeuw schuin links de Aiguille Martin op. Hier heb je een neus voor het juiste routeverloop nodig, want er was nergens een mephaak of lintje die je de weg wees. Moeilijk klimmen was het niet, maar net daarom lagen er heel veel losse stenen en waren er zeer weinig tussenzekeringsmogelijkheden. Hier en daar kwam er eens iets naar beneden, maar onze relais waren goed geplaatst en we waren supervoorzichtig. We kwamen vlug aan op de plaats waar we moesten rapellen naar de breche tussen de aiguille martin en de perseverance. Hier begon de miserie… De eerste echte touwlengt van de route zag er echt eng uit en heel steil. En bovendien waren er weer nergens mephaken te bespeuren (Het mag gezegd, op onze vier klimdagen waren we zelfs nog geen enkele boorhaak tegengekomen!). De rappel leidde ons tot een steil couloir vol losse stenen. Echt alles bewoog. En daardoor moesten we nog een tiental meter omhoogklefferen om tot de eigenlijk standplaats te komen. Wauw, loodrecht naar beneden ging dat aan de andere kant, en diep. En weeral geen plaats om een goed relais te bouwen aangezien alles bestond uit losse schellen en losse steenbrokken.  Omdat we geen risico’s wilden nemen hebben we daar echt onze tijd genomen met het zoeken naar een goede plaats om een iets of wat betrouwbaar relais op te bouwen. Wat ons uiteindelijk ook gelukt is. Maar we waren sinds het begin van de rappel toch een dik uur verloren. En ja, twas mijn buurt om voor te klimmen. Niet met volle goesting, maar toch (achteraf bekende Koen dat hij toch blij was dat t niet aan hem was). Supergeconcentreerd begon ik eraan. Zoals gezegd staken er nergens haken en was het dus redelijk moeilijk om de juiste route te volgen. Volgens de topo: ‘traverseer 15 meter naar links tot een secundaire graat en volg deze naar rechts tot je boven de overhangen uitkomt’. Om de twee meter een tussenzekering gestoken (gelukkig was de rots eindelijk compact) en ziehier ziedaar een mephaak! Na 250 meter klimmen eindelijk een bewijs dat we op de juiste route zaten. Jippie! En toen besefte ik: als al het vorige te gemakkelijk was om haken te steken, dan moeten de moeilijkheden eigenlijk nog beginnen… De nieuwe relais zelf was zo oncomfortabel (hoewel op mephaken) dat ik nog es 4 meter verder ben geklommen en er zelf eentje geinstalleerd heb. Hier stond ik tenminste op een breed plateau onder een overhang en kon ik even mentaal tot rust komen. Koen kwam vlot en voorzichtig na en toen was het aan hem. Hij was dan misschien wel blij dat hij de eerste touwlengte niet had moeten voorklimmen, de tweede was voor hem en was er niet minder moeilijk om. Nog een derde touwlengte later stonden we op de top. Zeven oude slaghaken op 350 meter klimmen. Dat hadden we nog nooit meegemaakt. But we like it! Een echte aanrader, het vormt het karakter van een cordée! De afdaling zelf was ook niet min. Een combinatie van rapellen en afklimmen en daarna nog een klotestuk door een gevaarlijk puincouloir. Koen wou zijn knieen sparen, dus besloten we het rustig aan te doen. Eens terug aan de hut hadden we door dat we het laatste liftje alleen maar lopend konden halen en daar hadden we allebei geen zin in. Koen koos ervoor om nog es een nacht te bivakkeren en den deze ging (na een stevige pint gedronken te hebben met Koen) toch nog maar eens 1000 meter verder naar beneden… Die pint bleek niet zo’n goed idee, maar kom, ik was gelukkig. Onderweg nog een steenbok vanop enkele meters afstand mogen fotograferen. Ik kwam altijd maar dichter en dichter tot hij ineens besliste dat het genoeg was en chargeerde. Gelukkig stopte hij na twee meter (en stond toen nog maar op zo’n twee meter van mij). Duidelijk genoeg voor mij om hem te bedanken en rustig verder af te dalen. Ineens realiseerde ik me dat ik Kirsten haar verjaardag was vergeten en dus heb ik 20 minuten en 250 hoogtemeters al telefonerend doorgebracht. Wat mij vreemde blikken opleverede van een ouder koppel dat ook het liftje had gemist en naar benden aan het strompelen was. Als laatste barriere kwam ik ineens uit het bos op het golfterrein terecht waar je nog serieus moet oppassen voor rondvliegende golfballetjes. Een behulpzame ‘rijken tist’ die mij wel sympathiek vond wees mij een stiekeme uitweg langs de rivier door het struikgewas waar het hekken onderbroken was door een poort die open stond. en toen was er pizza :)

Dag zes: rustdag, waarop Eva even een extra paar stijgijzers aantrok die Koen voor haar had meegebracht. Voor het geval de kans zich vordeed dat ze eens mee de gletsjer op wou/kon. Klein detail: Het zijn de stijgijzers waarmee Marjolein de Bruycker vorig jaar als tweede Belgische vrouw op de top van de Everest heeft gestaan! Om zoiets fysiek vast te hebben dat letterlijk contact heeft gehad met de top van het hoogste punt van de wereld… Het doet mij wel iets… heerlijk toch :)

Dag zeven: Eerste liftje omhoog (ze gaan ons hier niet meer liggen hebben) en bekliming van de Bron-Gamboni route op de Tour des Crouchues (200 meter, zes touwlengtes, 6a max) Niet echt aan te raden wegens heel veel gras en losse stenen. Slechte zekeringsmogelijkheden gecombineerd met zo’n terrein = stresserend. Maar kom, vlot boven geraakt en even zo vlot terug beneden, met het liftje. Klein detail, op deze rots heb ik de eerste dag mijn broek gescheurd, vandaag was het Koen zijn beurt. Wat is dat toch met deze rots?

Dag zeven: Jumelle de Gauche (des Crochues) (120 meter, 6b+) jaja, toch nog de sportklimjeanet gaan uithangen, en hoe. Koen zijn eerste 6b+ op rots ooit, en tzal ook een van mijn weinige zijn (de 4e als k t mij goed herinner) twas misschien meer enkele passen, maar jippie, wat een afsluiter van een geweldige klimweek! Zes routes in Chamonix en maar 1 cordée tegengekomen, wat een luxe! Ofwel vertelt dit iets over ons en de routes die wij uitkiezen ofwel vertelt het iets over andere cordees die toch meer en meer het ‘veilige’ sportklimmen opzoeken. Ach, we gaan het ons niet beklagen en dromen hier rustig verder.

Bergen genoeg aan de horizon…

Wij zitten in Chamonix. We zijn terug in het euro-gebied, la France, het land van roken op cafe, good fashion-sence, wijn, winkels met Leffe, … een land waar wij, p’tit Belges maar blij mogen zijn dat we er mogen komen ;)
Koen is eergisterenavond gearriveerd en nu zijn Koen en Arne aan het klimmen. Het is hier wel net goed beginnen regenen, dus hopelijk zijn ze op de terugweg. Overmorgen komen Iris en Wim en daar ga ik dan een beetje mee wandelen. Vandaag nog een beetje orages en neige in de bergen, maar vanaf morgen wordt het goe weer en dat is maar best want wij hebben … 10 dagen rust ;)

HEERLIJK

Het is precies wat we nodig hebben, even leven zonder 20 kg extra op je rug!!! De spieren en gewrichten zijn nogal vermoeid van de zware Zwitserse tocht, ook al was het nog zo mooi. Ik ga straks langs bij L’institut de Beaute om een afspraak te maken voor een massage en een facial. Maar eerst even vertellen wat er allemaal gebeurd is sinds ons laatste berichtje. Ik ben natuurlijk wel alle sd-kaarten vergeten met de foto’s op, dus daar zullen jullie nog even op moeten wachten. Gene stress. Ik heb de I-pod van Koen meegekregen en ondanks het feit dat daar allemaal intressante en coole musikskes opstaan is het leukste nog wel gewoon naar albums luisteren, die ik thuis ook heb liggen. Voor de geintresseerden, deze entry valt nog meer te pruimen met een streepje Dinosaur Jr, Stina Norderstam en dEUS. (heb nog steeds geen toetsenbord met dubbele puntjes gevonden)

Nadat Ilie en Leen ons hadden verlaten begon de vermoeidheid toe te slaan. De groene route van de Via Alpina in Zwitserland is best wel zwaar met elke dag meer dan 1000m stijgen en dalen. En dan wou het weer ook al niet meewerken. Van in Gsteig liepen we dan eindelijk Franstalig Zwitserland binnen door Les Diablerets. Dat is een geweldig prachtig massiefje, met een gletsjer om naar te kijken en een groot karstlandschap om in te verdwalen. (`t is hier meer Frans dan je denkt, de markeringen waren ook alweer veel minder, maar blijkbaar moet je de trucs op de cajouxs volgen … da we daar ni eerder aan gedacht hadden …. 0_o … ) Hier zaten trouwens ook een kudde heel ENGE koeien, met een megagroot hoofd en grote scherpe hoorns. Ze leken op stierengevecht-stieren maar dan met uiers en ze loeiden niet, ZE GROMDEN. Man man man, wij zijn niet lang in die wei gebleven hoor!!! ’s Middags werden we getrakteerd op een geweldig uitzicht op de hoofdkam van de Alpen, eerst de Walliser Alpen (met de Matterhorn enzo) en dan later het Mont-Blancmassief (met de Mont Blanc dus, maar da hadde misschien zelf ook al kunnen raden). De afdaling was weer pittig, zelfs met nog een heel stuk ladders en puin en koorden (die dan -heel bruikbaar- ongeveer tot aan uw enkel komen). Aankomst in Le Godey dus, gelegen in een geweldig mooie en geisoleerde vallei. De herberg was geweldig fijn en hartelijk en in de omgeving was er veel te doen. Hier komen we zeker nog een keer terug, we hebben genoten van het eerste tot het laatste moment. De volgende dag ging het van het `oerbos` van Derborence naar Pont de Nant. Daar wilden we eigenlijk bivakkeren op het einde van de vallei, maar we kwamen daar zoveel bordjes tegen dat het niet mocht, dat we maar even zijn teruggekeerd en buiten de grenzen van het Parc National zijn gaan staan. Prima plekje. Wat ik wel heel erg vreemd vind in Zwitserland is dat je echt OVERAL vuurtjes mag maken (zelf in dat nationaal park dus!!!), maar je mag er eigenlijk nergens bivakeren. Zelfs niet voor 1 nachtje. Vreemde jongens die Suissen. We waren op weg naar de Rhonevallei en jullie hebben misschien gehoord da het daar nogal slecht weer is geweest? Vergeleken met de vallei hebben wij dan nog wel chance gehad denk ik, maar “Steile col oversteken in een sneeuwstorm” kunnen ook alweer op het lijstje van avonturen zetten. De dag begon nochtans goed, maar het begon vlug te regenen en dat ging over in sneeuw eens we de 2000m gepasseerd waren. Het plan was om enkel te lunchen in de cabane La Tourche, maar we zijn er blijven hangen. De weg naar onze “doelhut” was te gevaarlijk in de sneeuw en we zouden dus moeten omlopen en we hadden al te veel tijd verloren in de sneeuw. Nee, geef ons dan maar ne warme choco. In de hut zat een groep suissen te eten en te discussieren, zoals je dat eigenlijk alleen in het Frans kan :) Ze hebben ons nog een glaasje Muscat en genepi aangeboden (jammie!) en toen hun lunch er om 4 uur ook opzat zijn ze nog naar beneden gewandeld. des bon gourmands alors :) `s Ochtends waren de wolken rond de hut opgeklaard en hadden we een prachtig zicht op het Mont Blancmassief en op de Rhonevallei, tot aan het meer van Geneve. Die dag zouden we proberen naar beneden te wandelen, daar inkopen doen en ook meteen alweer een stuk naar boven te liften tot aan een camping. Nogal een drukke dag dus, maar het ging vlug genoeg voorbij. Onze laatste lift naar de camping in Van d`en Haut most eigenlijk helemaal niet daar zijn, maar die man vond ons zo sympa (en wij hem nu ook !!! ) dat hij ongeveer 3 kwartier uit de richting is gereden om ons naar de camping te brengen. Alzo is ons vertrouwen in de mensheid weer hersteld. Je komt soms echt heeeeeeeeeeel echt lieve mensen tegen, hartverwarmend! En in die camping hadden ze dan ook nog eens blauwe en rode Chimay, we hadden ineens een reden om ons laatste Zwitsers geld aan uit te geven :D De camping was prachtig gelegen, onderaan les Dents du Midi.

De Alpen gunnen ons nix, zegt Arne altijd, hij had nog gelijk ook. juist als wij eens 1 (!) keertje beslissen om een half uur later op te staan is het NET DAN JUIST aan het regenen natuurlijk. Stinkers! Maar de rest van de dag was best wel fijn en we kwamen dan ook al vroeg aan in de Cabane de Susanfe. Dat is natuurlijk helemaal geen drama, want ze hadden daar hele fijne boekskes. :) De berghutten zijn hier eindelijk op zijn Frans, eten wat de pot schaft, zitten waar de gardien u aan tafel zet en eten zoveel je wil :) Maar wij hebben daar zelf gekookt, das nog net iets goedkoper. De dag daarna zouden we Frankrijk binnen lopen. Frankrijk laat zich blijkbaar niet zo simpel infiltreren… Net voor de col was er een stuk bijna loodrecht “wandelpad” met trapjes en kabels en ladders … had ik al verteld dat ik eigenlijk nogal wa hoogtevrees heb? (de klimmers moeten nu ni denken da Arne gene schrik had zenne, want als je zoiets beklimt ben je ingebonden en draag je geen 20 kilo) Enfin, met veel geduld zijn we dan toch boven geraakt. Bijna boven, bedoel ik dan. Net voor ik aan de zalige horizontale grond kwam moest ik nog onder een smal bruggetje door … man man man hebben wij daar ff chance gehad da wij een smalle rugzak hebben! Met veel gewriemel en getrek kon ik erdoor en Arne al wa beter, die zijn Bach-rugzak is nog iets smaller. Dit pad is dus niet aan te raden aan mensen met een Deuter, of een andere lompe plompe zak. Op zijn Frans was daar op voorhand niets over aangeduid, gewoon droog “passage par échelles” Tritsers.

We wandelden Frankrijk binnen langs Le Cirque de Fer-a-cheval en – zo blijkt – dat is wereldbekend in Frankrijk. Op de bodem van de vallei liep het vol volk met kleine kindjes of oude oma`s of opa`s, ge zout denken da ge in Gavarnie zit. Wij maar vlug het buske genomen naar het infobureau van Sixt om daar te horen dat alles volzit behalve de dure hotels en om dan dus nog 3 kilometer verder te gaan tot de bivakweide van het Point Acceuil des Jeunes. Dat is een zeer mooi initiatief van de vallei waar je gewoon je tentje mag zetten en waar er ook nog wat rudimentair sanitair is. We hadden bijna geen brandstof meer en moesten de volgende dag ook nog koken. Gelukkig was daar mijn alter ego, Eva The Firestarter en hebben we op een houtvuurtje kunnen koken. De volgende morgen vertrokken we goed vroeg want er was onweer voorspeld in de namiddag. Het heeft er de hele dag heel dreigend uitgezien, maar het grote onweer kwam pas toen we net onder een veilig afdak van de hut aan het koken waren. Perfecte timing dus! Het bleef bewolkt en mistig zodat we de col de Brevent overkwamen en niets zagen van het hele Mont-blancmassief … chance dat we nog wa dagen hier blijven dus.

We gingen een uurtje onder de col het liftje naar CHX-city nemen omdat we geen eten meer hadden enzo nog op tijd waren om te lunchen in de MacDonalds (daar ben ik al niet meer binnen geweest sinds ik er heb gewerkt op mijn 16de O_o) Het was ons niet gegund, DA FLOOKING KLOODE LIFTJE WAS IN HERSTEL, kakkers, stinkers, stoeme Fransen!!!! Het was ofwel 2 uur naar CHX afdalen of 2 uur naar La Flegere traverseren … traverseren dan maar, dan konden we wat snelheid maken en kwamen we dichter bij de camping aan. Eer we daar geinstalleerd en gedoucht waren was het alweer 5 uur dus zijn we maar gewoon nieuwe brandstof en avondeten gaan kopen, hier in Les Praz.

Er is nog best veel te doen in Chamonix voor de niet klimmer, maar veel moet ik hier ook niet doen. gewoon rusten en mezelf een beetje verwennen natuurlijk, massageke en een klein flesje champagne bij de lunch :D Den Arne verwent zichzelf door zo veel mogelijk te klimmen met Koen.

en hierna

in 1 maand

hopla

naar

MONACOOOOOOO!!!!!

toedels.

En zo hebben we ons alweer neergeploft in een of andere hotellounge om jullie op de hoogte te houden. We hebben heel wat meegemaakt sinds de vorige post, het bezoek van Arne`s ouders en zus, mijn verjaardag en het bezoek van Ilie en Leen en dit allemaal nog steeds in der wonderschöne Schweiz.

Na die geweldige bivak aan de rivier hebben we een geweldig ontbijt gekocht in de Lädeli (winkeltje) van Urnerboden en gingen we op pad naar het geweldige Spiringen. Ik zeg geweldig enkel en alleen omdat we vandaar zouden bussen naar waar Arne`s ouders (Marleen en Peter) en kleine zusje (Jolijn) ons komen ontvoeren voor een weekje in een keifijn hotel. De wandeling verliep zonder al te veel hoogte- of laagtepunten, tot aan de lunch… Eerst zagen we de megacoole waterval van Unterschächen en met dat uitzicht hebben we ook nog lekker geluncht, maar dan begon het te GIETEN. Gelukkig maar even en algauw kregen we een sms dat de familie in de buurt was en we dus maar verder naar beneden moesten bussen. Toen we op de bus stonden te wachten, heeft een heel lief Zwitsers koppel ons zomaar een lift naar de vallei aangeboden, op die manier kwamen we bijna gelijktijdig met de Monstreys aan in Altdorf. Er volgde een zeer blij weerzien en zij brachten ons naar het zeer sjieke hotel Le Beau Rivage aan de Vierwaldstättesee. In onze hotelkamer volgde dan ook een zeer blij weerzien met kleren die nog recent gestreken waren, duvel, belgische sjokola, normale schoenen, een douche (dan toch !!!), de humo, de flair, de story en allemaal KEILEUKE brieven van vrienden en familie (die waren eigenlijk voor mijn verjaardag, maar ik kon mij niet goed inhouden en heb er elke dag eentje gelezen).

De 4 dagen met de Monstreys waren hemels en rustgevend. We hebben een (klein) beetje gewandeld, de kleren laten wassen, het mooie Luzern bezocht, maar vooral genoten van het gezelschap, het fijne eten, het zwembad, het meer (de See dus eigenlijk) en het hotel. Peter en Marleen, nog eens heel erg bedankt voor de superfijne séjour!!! We willen hierbij de hele De Baets-clan en vooral Arne zijn peter Jan heel veel sterkte toewensen. Bij Jan is onlangs longvlieskanker vastgesteld. Woorden schieten tekort…

De dag nadat we de Monstreys hebben verlaten (of zij ons, wij elkaar dus) ging het … hopsa … over de Surenenpass naar Blackenalp. Heel het gebied was een plantenbeschermzone en dat was eraan te zien, echt heeeeel veeel hele mooie bloempjes :) (wel nog altijd geen edelweiss :( ) En echt, zonder zever, een halve minuut voor we de hut bereiken begon het licht te miezeren en 10 seconden nadat we binnen waren begon het daar te GIETEN, man man man, dikke chance gehad dus! We hebben dus maar besloten om daar te blijven slapen. Ik was er nogthans heel gerust in voor de volgende dag, want dan was het mijn verjaardag en op mijn verjaardag regent het NOOIT (toch niet waar ik ben :) ). Al 24 jaar niet en dus het 25ste ook niet! Arne geloofde er niets van.
De volgende dag opgestaan onder een stralende hemel :P en met 25 verjaardagskuzzies. Terwijl ik nbtje inpakte verdween Arne uit het zicht. Beneden wachte mij een verjaardagshuttenontbijt, kompleet met kaarsjes en balonnen :D Na het ontbijt heb ik de ballonnen ook maar uitgedeeld aan de kindjes van de 2 families die ook in de hut sliepen en die ondertussen al een beejte jaloers naar mij zaten te kijken :) Gelukkig waren er nog genoeg ballonen over om aan mijn rugzak te hangen en alzo begonnen we aan de afdaling. Zoals reeds uitgelegd zijn koeien in wezen erg nieuwsgierig en ballonnen hadden ze van z’n leven nog niet gezien. Dus na enkele achtervolgmomenten waren we eindelijk uit de graasweiden en konden we rustg verder afdalen naar Engelberg, waar we Ilie en Leen zouden ontmoeten. Ilie is een vriend van Arne van het middelbaar maar eigenlijk meer van een heleboel fijne momenten in leuven, meer bepaald de RCbar, de Gnorgl, het kot en alle wegen daartussen :) Leen is zijn lief en beiden zijn ze gediplomeerd biobak (ofte bio-ingenieur). Naar goede gewoonte hadden ook zij Duvel mee, zodat we moe maar tevreden ons bedje konden inkruipen :) Ze brachten ook een reservejas mee van Haglöfs zodat ik weer droog en vrolijk door de bergen kan dartelen :) :) :)

De dag daarna stond er een redelijk zware dag op het programma: 1300m omhoog en 500m omlaag. En dat hebben Ilie en Leen geweten! Onze lichamen zijn al wat gewoon, maar als eerste wandeldag was dit voor en een beetje zwaar. Zelfs een goede nachtrust werd hen niet gegund, want waar we dachten een goed tentplekje te hebben uitgekozen, bleken er twee uur later weer heel veel koeien te staan. Toen iedereen ging slapen, bleef Arne nog even buiten om het dagboek te schrijven. Uiteindelijk was hij de koeien en hun bellen zo beu, dat hij ze allemaal een voor een de berg af en minstens 100 meter verder heeft gejaagd. Daarna hebben we er niet echt last meer van gehad. Tot we om vijf uur ´s ochtends ineens de boer hoorden die zijn koeien bijeenriep. Oh nee, en stonden wij niet net naast een koeienmelkding? tis toch niet waar zeker… Arne is dan maar de tent uitgegaan om alles eens te overzien en inderdaad, door de donkere nacht kwam daar de boer met zijn hoofdlamp dichterbij. Tot hij zich realiseerde dat hij daar ook maar in zijn onderbroekje stond en dat dat voor de boer waarschijnlijk nog vreemder zou zijn dan twee tentjes in zijn wei. Vlug terug de tent in dus. Wonder boven wonder. Toen hij onze tenten passeerde stopte hij met op zijn koeien te roepen, liet ons rustig verder slapen en jaagde al zijn koeien in een andere wei. Genietend van de stilte van de bergen konden wij nog twee uur verder slapen :)

Er stond een afdaling van vier uur op het programma, waar we uiteindelijk meer dan het dubbel over gedaan hebben. Nog niet ingelopen wandelschoenen en een zware eerste dag eisten hun tol. Leen geraakte maar moeizaam vooruit vandaag en ook de camping in Meiringen bleek verder dan verwacht. Dan zijn er douches, bier en veel lekker eten nodig om je humeur op te beuren. We besloten de volgende dag toch gewoon te vertrekken, er reden bussen over het hele traject en als het vor één van hen te zwaar zou worden dan konden ze met de bus verder. Leen heeft een sterk karakter, want tot aan de lunchpauze hield ze ons tempo vol. Daar zal de omgeving wel iets mee te maken hebben. Uiteindelijk werd er toch beslist dat Eva en ik alleen voorop zouden gaan en Ilie en Leen met zijn tweetje tot op Grosse Scheidegg om vandaar de bus neer Grindelwald te nemen. Ondertussen begonnen hier en daar de eerste hoge bergen en gletsjers tussen de wolken door te piepen. Jaja, ook al is het hier al een tijdje droog. Eens aangekomen op de col een berichtje naar Ilie gestuurd met de vertrekuren van de laatste bus. Bleek dat ze maar een half uurtje achter ons zaten. Sterk gedaan! Niet alleen ons hebben ze verbaasd, maar waarschijnlijk ook henzelf.

Bon, zij gingen verder met de bus, en Arne te voet. Zoals hij zelf zei: ´Onder het zicht van de Eiger Noordwand kan ik mij toch niet zwak tonen!?` Uiteindelijk volgde Eva ook, ze besefte dat ze toch meer lui dan moe was. Die avond volgde een heerlijke pizza en bier vanop een terras met zicht op de Eiger die zich langzaamaan vanuit zijn wolkensluier losmaakte. Arne is er helemaal verliefd op geworden, het protje :D

Rustdag in Grindelwald, of toch niet. Wel voor Eva en Leen, die zich gezapig met het toeristentreintje omhoog lieten voeren naar Kleine Scheidegg en aldaar in het gras neerploften. Niet voor Arne en Ilie die in de broeierige hitte nog maar es 1000 meter naar omhoog stappen. Net op tijd om voor het onweer binnen te zijn in het berghotel. Ons eten hebben we klaargemaakt in een overdekt uitzichtspunt, wat ons toch enkele rare blikken en interessante gesprekken heeft opgeleverd van andere wandeleers die daar ook even kwamen piepen. Arne kan al twee dagen lang niet meer zwijgen over de Eiger. Het is dan ook wel een heel imposante Berg (google maar). Zo imposant dat we ook wel eens benieuwd waren naar wat er achter lag. Dus namen we het treintje naar het Jungfraujoch. Eerste tussenstation: Eiger Noordwand, waar ze ramen in uitgehouwen hebben. Beetje ontgoochelend, tot je omhoog kijkt en daar de wand boven je weg ziet welven in een gigantische overhang. Tweede tussenstation: Eismeer, met zicht op heel gecrevasseerde gletsjers. En dan uiteindelijk het Jungfraujoch zelf. Wat een locatie, temidden van de vierduizenders. Mönch, Junngfrau, Alatschorn, en de Grosse Aletschgeletsjer zelf. De langste van Europa. Het was zijn geld meer dan waard en iedereen haalde zijn hartje op aan al dat moois. Vooral Arne die alweer zoveel klimplannen aan het maken was dat hij zich afvroeg hoe hij dat ooit in zijn volgende zomer ingepast gaat krijgen. Toch maar teruggekeerd naar de bewoonde wereld. Vanaf Kleine Scheidegg volgde nog een lange maar mooie afdaling tot in Lauterbrunnen. Wat een vallei! 400 meter breed, 200 meter hoge rotswanden langs beide kanten en 72 watervallen die naar beneden stortten. Jammergenoeg waren we net te laat om de regen voor te zijn en waren alle kamers bezet zodat we genoegen moesten nemen met het tentje. Het viel uiteindelijk nog mee, want we hebben droog kunnen koken. Nog enkele kaartspelletjes en dan tandjes gaan poetsen om in een gigantisch onweer de laatste 150 meter van de sanitaire blok naar de tent te moeten afleggen. Leen was net op tijd in haar tent, Eva en Arne net te laat en Ilie veel te laat. Volldig doorweekt en vol modder kwam hij aan in zijn tent. Uitgegegleden tijdens zijn spurtje :) De tenten hielden stand en de volgende ochtend scheen de zon terug.
De volgende dag zou 9 uur duren, maar we namen het liftje tot in Mürren en dan viel het alweer goed mee en zo konden we ook met z’n vieren weer verder. Voor het hoogste punt werd het even heel steil, maar na veel gevloek konden we dan toch eindelijk lunchen op de col. Honger motiveert :) De afdaling was ook weeral de moeite, met eerst een steile puinhelling die we 100 m afliepen op een eng eng trapje. Deze keer hebben we zelfs een bivakplekje kunnen vinden zonder koeien, JIPPIE!

Voor Ilie en Leen was het wandelen gedaan, zij zouden van de volgende dag gebruik maken om terug te reizen naar Engelberg en daar de auto op te halen, s’avonds zouden we elkaar dan wel weer terug zien in Kandersteg. Het was wel spijtig dat ze er niet bij konden zijn want het was een wandeldag vol prachtigheid. ’s Ochtends konden we nog genieten van een spectaculair zich vanuit de steile vallei maar de mist kwam opzetten in de voormiddag. Zo werd de steile klim naar de hoogste col van de dag nog imposanter. De laatste 100 hoogtemeters voelden we ons maar heel klein, in de mist, op een eng trappetje onder een grote grote (niet zo stabiel uitziende) overhang. Op de col een mooi voorbeeld van hoe de bergen het weer bepalen. De bergen hadden de wolken in de eerste vallei vastgehouden en wij stapten zo uit de mist met voor ons de geweldig mooie en heldere vallei en de blumlisalphütte die soms net en soms net niet in de mist lag. We hebben daar geluncht, met uitzicht op witbesneeuwde toppen (jaja, verse sneeuw vannacht!) en grote gletsjers. Tijdens de afdaling hebben we dan eindelijk ook Edelweissen gezien!!! Daar moet je dan bijna 3 maanden voor aan het wandelen zijn :) De afdaling was nogal een uitdaging, maar heel erg mooi. Spijtig genoeg duurde ze ongeveer 2 uur te lang, Als Arne het geschraap van slepende wandelstokken achter zich hoort, weet hij dat Eva het duchtig beu is. Het boe-geroep af en toe en het vele zuchten kan ook een indicatie zijn. Ondertussen waren Ilie en Leen aangekomen in Kandersteg en met de beperkte voorraad eten in de campingwinkel hebben we toch nog een helend en lekker avondmaal kunnen toveren.

Ondertussen zijn we alweer 2 dagen alleen aan het wandelen. We zijn wat moe van het zware zwitse wandelen en hebben vandaag dan ook een rustdagje. Overmorgen komen we aan in Godey, dat is heel erg speciaal want dat is het allereerste Franstalige dorpje op de route!!! Ondertussen komt het Duits ons al duchtig de oren uit dus we kijken echt een beetje uit om met een klein mondje te praten :o “à la prochaine!!!”

Ondanks de voorspelde regen, toch maar vertrokken op pad naar Liechtenstein. Voor mij is het nu nog veel minder leuk om in de regen te lopen, aangezien mijn Haglöfs-goretex-jas langs alle kanten is beginnen lekken! Ik heb de vertegenwoordiger van Haglöfs al gecontacteerd, voorlopig nog geen reactie, maar ik hoop dat hij een vervangjas kan meegeven met Irie en Leen, die volgende week komen.
Maar soit, wij dus naar Liechtenstein. Op de col aan de grens stond er een vree krakkemikkig tentje opgesteld, met een hondje in (niet gezien, maar het blafte wel). Het was zo het soort tentje dat je best zou kunnen meenemen naar een festival, omdat het dan niet erg is als er ne zatte Hollander op valt. Zo hier in de regen en de kou hadden we toch iets waterdichters verwacht. In de eerste Liechtensteinse berghut was het anders lekker warm en droog, we hebben daar de rest van de avond een beetje boekjes gelezen om meer te weten te komen over dit kleine mooie landje.

De volgende ochtend was het al veel minder bewolkt en zijn we zonder regenkledij vertrokken. Het tentje stond ook al niet meer op de col. Een uur of wat later kwamen we toch wel voorbij een megafijn en droog leuk bivakhutje zeker … titomme, waarom stond da hier ni op de kaart? daar hadden we keigraag willen slapen natuurlijk! ’s Avonds koken op het haardvuur enzo … wij maar in die dure hut slapen.

De volgende dag ging het naar Vaduz, waar we een culturele rustdag gingen houden. De wandeling daarnaartoe was best wel spannend en had best een via ferrata kunnen zijn. Ik vond het heel eng, maar Arne was geduldig en op het gemakske zijn we er dan toch doorgeraakt. Op een topje in het midden ontmoeten we een jongen met hond, toch wel net die, die in dat vreemde tentje sliep zeker… stoer. Hij vond het Ganz Geil dat we de hele Via Alpina deden, hij ging er 2 weken van wandelen met zijn hond. Het verdere pad in de bergen boven Vaduz heet de Fürstensteig. Het is een smal rotspaadje met kettingen allerhande dat in 1929 aangelegd werd in opdracht van de toemalige prins van Liechtenstein

Vaduz is best wel een fijn stadje, mooie integratie van moderne architectuur in de oude stad en alle toeristen zitten op 2 pleintjes verzameld dus voor de rest heel rustig. We sliepen in de jeugdherberg in Schaan, iets buiten Vaduz en zijn die avond niet meer in ‘t stad geraakt. We gingen immers nog een dagje in Liechtenstein blijven, geen haast. De jeugdherberg was wel nogal duur en ongezellig, dus besloten we de dag erna naar een camping te gaan. Op onze (zeer recente) wandelkaart stonden 3 campings aangeduid in Liechtenstein, wij dus wandelen naar de dichtstbijzijnde … ***groot en lelijk scheldwoord*** DAAR WAS HELEMAAL GEEN CAMPING MEER!!! Arne was al goed uit zijn humeur, maar ik heb hem toch nog naar de volgende locatie kunnen loodsen (gelift met een heel mooi meisje in nieuwe mini, Arne was al wat beter gezind) en daar was gelukkig een hele fijne camping. Blijkbaar ook de enige caming in het hele land, gelukkig dus dat ik niet naar de andere locatie op onze kaart wou gaan. Nadat we ons hadden geinstalleerd zijn we de stad Vaduz even gaan verkennen. Een lief meisje nam ons mee tot in het centrum nog voor de bus er was. Arne ging voor de toeristische wandeling en ik ging naar het bekende moderne museum in Vaduz. http://www.kunstmuseum.li/ Daar liep nu een tentoonstelling over de werken en invloeden van Malewitsj (die met z’n zwarte bijna-vierkant) en over het thisbeeld in de kunst van hun vaste collectie en ook nog een kamer met klassieke schilderijen uit de collectie van de koning (naar het schijnt een van de belangrijkste verzamelingen ter wereld). Die Malewitsj, dat was echt de max en de aanpak van de tentoonstelling en de uitleg in de gids ook. Bij de invloeden ook nog Rodchenko, Kandinsky en Alechinsky (”12 small worlds” helemaal live en met mijn eigen ogen gezien!!!) Wat ik ook heel leuk vond is dat ze 1 zaaltje hadden ingericht tot bibliotheek met publicaties van en over de getoonde artiesten. Na al die moderne kunstigheid konden de Rubensen en Van Dijcks me maar matig boeien, ik ben den aar op zoek gegaan naar Arne. Hij had ondertussen een mooie wandeling gedaan langs het kasteel waar de koninkljke familie nog woont, de wijngaarden en hele fijne bronnetjes met propere drinkglaasjes ernaast. We zijn ook nog naar het toerismebureau gegaan om – zoals de echte toeristen – een stempel in ons paspoort te laten zetten en om kaartjes te kopen, want, zeg nu zelf, post uit Liechtensten, das toch speciaal!!! Daarna hebben we eten gekocht (Liechtenstein is best wel duur em WeightWatchers is het goedkoopste merk, heel vremd, maar net niet wat wij nodig hebben) en zijn teruggegaan naar de camping om te eten. ’s Avonds gingen we naar het openluct filmfestival, waar die avond juist Happy-Go-Lucky werd gespeeld; een grappige fijne en ook mooie Britse film! Wij hebben nog nooit ’s nachts gelift, maar voor alles een eerste keer. Het duurde iets langer, maar we werden opgepikt door een getunede hiphop-car en dito jongen die spontaan een detourke deed en ons voor de camping afzette. Hij vond het wel een beetje Ganz Geil dat we naar Monaco stapten, maar hij vond het toch vooral heel erg vreemd ;) We konden net de tent inspringen toen het heel hard begon te regenen, nog een chanceke dus, dat we niet op de bus hebben gewacht.

De volgende dag zouden we op het gemakske naar Sarganz in Zwitserland wandelen, waar de groene Via Alpina begint … zoals je weet zijn wij dikke mietjes … het heeft heel de nacht gestortregent en eigenlijk de hele dag daarna ook … we zijn dus gewoon een hele dag op de camping gebleven (yathzee gespeeld enzo ;) ) en hebben de volgende ochtend de bus genomen naar Sarganz. De wandeling bracht ons door het Weisstannental tot op een heel fijn bivakplekje. De Zwiterse variant van Dag Allemaal had een klein stukje weide omheind en er bankjes en tafels gezet en ook een vuurmaakplaats gemetseld, met rooster en al. Aan de andere kant van de rivier was wel net een zomerkamp van de Zwiterse methodistenkerk aan de gang, een beetje eng bij het inslapen, maar eigenlijk geen last van gehad ;)

Bij het opstaan was het aan het miezeren, BOE, ontbijt in de tent dus. Gelukkig stonden er nog veel grote bomen waaronder we droog konden inpakken. Zo waren er nog wel meer verassingen die ochtend … VERSE SNEEUW. jaja, op de pas waar we naartoe moesten was het nog vrolijk aan het sneeuwen. Het bleef koud, maar de regen en sneeuw zijn toch na een uurtje al opgehouden. We waren ondanks het slechte weer toch terug ferm aan het genieten. Eindelijk waren we in Zwitserland, waar er echte bergen zijn. We hadden de laatste 2 weken al wel een minder gevoel gehad over de tocht, eigenlijk ging alles op automatische piloot, zonder uitdaging en met te veel van de verkeerde toeristen. Niet dat er geen echte bergen meer zijn geweest, ze lagen gewoon heel ver uiteen en de route leidde ons teveel in de dalen, zonder echt bergachtg alternatief. Hier zijn de bergen veel sterker aanwezig en is er veel kans tot bivakkeren. Zelfs de wandelaars die we hier zien zijn fijner, nog geen enkele op teva’s gezien en eindelijk ook enkele met grote rugzakken die met de tent rondtrekken. We voelden allebei dat het moraal hier deugd van ging hebben. De sneeuw lag enkel op de hoogste 200 meter van de route en niet op steile stukken, we hebben dus weer geluk gehad. Op de afdaling zagen we ineens een heel bekend hondje en bijhorende jongen :) . Hem zagen we ook ’s avonds weer terug toen we een keifijn campingetje hadden gevonden. Eigenlijk gewoon een bosje met 2 WC’s en een wasbak naast, uitgebaat door de gemeente Elm, met bankjes en vuurplaats en gratis droog (!) hout. Eigenlijk was het 10 CHF (Zwitserse Frank, 1CHF = 0.62 €) die je bij het toerismebureau moest gaan afgeven, maar die waren al dicht en 10 frank voor niet eens een douche of warm water ??? daar doen wij niet aan mee. Jongen met hond heten eigenlijk Marlon (17j) en Elvis (8j) en we zouden ze nog wel een paar keer tegenkomen op de wandeling, spijtig gnoeg hebben we daarom niet echt afscheid kunnen nemen. Het was elke keer “bis spater”. Het was in elk geval een toffe peer en wij kunnen de jonkheid die gaat trekken in de bergen enkel aanmoedigen. (We hebben hem ook nog kunnen leren dat mos perfect werkt om de afwas mee te doen in een rivier en bio-afwaszeep niet)

Ondertussen is er slecht nieuws op het materialenfront.
Arne’s Meindl-bergschoenen hebben een groot gat in de binnenbekleding aan zijn (heel grote) grote teen. Die arme teen heeft al ferm afgezien, maar Arne’s ouders brengen een nieuw paar mee als ze op bezoek komen, tot dan, wordt de stakker ingetapet. (mysterieuze meindl mishap, we blijven fan)
De grote schuimprop die onze binnentent van de buitentent scheidt is er met een enthousiaste uitschud-actie afgefloept. Gelukkig konden we hem er terug aannaaien zonder in het zeil te moeten prikken! (way to go Lightwave!
Eva’s Gore-tex jas is gewoon kapot, hij lekt, langs alle kanten! Onaanvaardbaar natuurlijk en dat heb ik ook tegen de haglofsmeneer gezegd in een mail. Hij heeft echter nog niet geantwoord en de tijd dringt, ik ga hem straks bellen. Gelet op het weer hangt eigenlijk de hele tocht aan ons vermogen om droog te blijven hoop ik dat er een oplossing komt! [UPDATE] ondertussen heeft Bruno van Haglofs teruggebeld en met Ilie en Leen een vervangjas meegegeven!!! das keilief!!! Wat een chanske!!! (Go Haglofs Go)
Eva’s black bear regenhoes is eigenlijk nooit echt goed waterdicht geweest en ook niet slijtvast. Het designe is nogthans echt de max, maarja, als’t ni werkt … Ik heb er in Luzern nu een van Bach gekocht met ongeveer hetzelfde design, maar ripstop en wel waterdicht :)
Arne’s AS regenhoes is gisteren doorgescheurd. Dik zijn eigen schuld natuurlijk, hij had er maar geen gaten in moeten prikken voor drainage.

De volgende dag wachtte ons een mooie bergwandeling naar Ober Erbs en iets verder naar een geschikte plek voor een bivak. Het weer was mooi en het leven ook!

De volgende dag zouden we naar Linthal wandelen en daar ook slapen, maar dat was buiten de hotals daar gerekend. De enige plaatsen vonden we in een toeristenlager voor 23 CHF, maar toen we merkten dat daar geen douche bijhoorde hebben we vriendelijk bedankt en zijn weer naar buiten gewandeld. (wa nen afrip!) ohja, we konden ook nog een kamer krijgen voor 48chf  per persoon … hmmm … OF NIET. Dan nog maar een dagje stinken, al had ik graag een douche genomen, want eerlijk gezegd: HET WAS NODIG. Ik moet er nu echt een beetje op beginnen letten om in gezelschap mijn armen naar beneden te houden en niet te dicht bij de mensen te gaan staan :bloos: We zijn een jogging- en- honduitlaat-pad opgelopen en hebben ons daar een beetje uit het zicht naast een bankje geinstalleerd. Er waren wel enkele verbaasde voorbijgangers, maar uiteindelijk deed niemand lastig en wij stonden er heel goed.

’s Ochtends eerst de tent opgebroken en dan pas ontbijt, de eerste mensen liepen al vroeg voorbij met hun hondje. de wandeling vandaag ging tot vlak voor de bekende Klausenpass waar elk jaar een race wordt gehouden met de allereerst raceauto’s. De weg ernaartoe leidt door een geweldig mooie vlakke vallei en toen we van de hoge route naar de vallei afdaalden heb ik dat plan met die douche enzo verassend vlug laten varen. (tot spijt van wie het/mij rook) Overal lagen mens en dier in de zon te soezen naast de prachtige meanderende rivier. Enkele vroege vogels hadden al tentjes opgezet en er werd duchtig afgekoeld in het bergwater …. zucht, voor minder had ik mijn persoonlijke hygiene niet opgegeven. Wel met het nadrukkelijke verzoek voor een afgeschermd plekje zodat  we ons tenminste konden wassen in de rivier, ik zou die dag dan uiteindelijk nog proper geraken. Helemaal proper, fris en zacht hebben zijn we zelf ook nog een beetje gaan soezen in de zon. Wat een perecte dag!!!

Het relaas van he bezoek van Arne’s ouders en kleine zus zal ik nog wel eens een andere keer doen, nu moet er verjaard worden :)

Volgende Pagina »