juni 30, 2008
Na die week rust zijn we het helemaal verleerd: opgestaan om 7 uur en toch nog moeten lopen om de bus te kunnen halen om 12.40u. Tssk. Bjorn moest ook nog wel zijn auto ergens achterlaten, hij ging nog 2 dagen met ons meelopen.
Italianen zijn niet echt gekend om hun bewegwijzers-skills en we zullen het geweten hebben. De hele dag zaten we niet op het pad waar we op dachten te zitten en zeker niet op dat waar we wilden zitten. Blijkbaar waren er paden gesloten en verlegd door enkele steenlawines. We passeerden een rotswand waaruit rare geluiden weerklonken. ‘It’s probably the wind between the cracks’ zei Joel, waarop Eva de best getimede scheet ooit placeerde
(uiteindelijk was het de echo van hondengeblaf 400m lager in de vallei). Anyway, vree vermoeid en gefrustreerd hebben we toch wel een heel mooi bivakplaatsje gevonden. Heerlijk zicht op Mt. Pelmo en de Civetta noordwand. Wat een Bergen… ’s nachts wakker geworden door een grote vos die wou gaan lopen met Joel zijn toiletgerief
Joel moest echt uit zijn tent komen om hem weg te jagen, want op zijn geroep bleef hij gewoon een beetje staan kijken, tsss.
Op weg naar Passo Giau passeerden we op de Forcella Giau een oude man die ons een glas wijn aanbod. Eva, Bjorn en Arne hebben wijselijk bedankt, maar Joel liet het zich best wel smaken. Medicijn noemde hij het, en de oude man knikte tevreden. Eens aangekomen op de pas kregen we nogal een shock. We hebben ze niet geteld, maar er stonden daar zeker 200 mensen te ‘genieten’ van het zicht op de bergpas. Motards, wielertoeristen, bussen, auto’s, maar bitter weinig wandelaars… We hadden toch tijd genoeg en hebben er een kaartje gelegd, gegeten en Joel heeft er zijn tweede glas wijn geconsumeerd. Het vervolg van de route in 30° ging hem iets minder goed af
Gelukkig waren er onderweg genoeg bronnetjes. De Via Alpina blijft ons op de proef stellen. Toen we uiteindelijk in de vallei aankwamen zei Bjorn ineens. ‘ Hey, dit zou best wel eens een huisje van een camping kunnen geweest zijn’. Tis toch niet waar zeker!? Een overwoekerd grasveld, kapotgeslagen sanitair ( met het opschrift: gelieve deze plaats achter te laten in de staat waarin u hem wenst aan te treffen)… Zelfs op de kaart stond deze camping nog vermeld. Zucht, wat nu? Eva en Bjorn bleven bij de bagage terwijl Joel en Arne in het dorp op zoek gingen naar een B&B en een winkeltje. Missie gedeeltelijk geslaagd. Voor de B&B waren we nog iets te vroeg in het seizoen (dat horen we nu al zes weken en beginnen we wel een beetje beu te geraken) maar er was wel een winkeltje dat de dag erna al om half zeven open was. Slaapplaats hebben we uiteindelijk ook nog gevonden in een hooischuur die een beetje verstopt lag. Super!
Na een goede nachtrust en een korte stop in de winkel (per ongeluk een liter tafelwijn ipv druivensap gekocht), verliet Bjorn ons. Hij wou verder naar Trentino reizen met de auto en nog wat wildwatersporten doen én het circuit van Monza gaan bezoeken
Eens een autoliefhebber, altijd een autoliefhebber zeker? Het was kort, maar heel plezant om hem erbij te hebben. Altijd leuk, vriendjes op bezoek! Zelf gingen we terug verder. Vandaag volgden we een andere weg dan de Via Alpina, een eigen variant. En het loonde! Een heel stille groene vallei verwelkomde ons. We hebben er zelfs de eerste bosaardbeitjes van het jaar gegeten! Al het zoete van een grote aardbei samengeperst in één kubieke centimeter fruit
’s avonds sliepen we op de mooiste camping tot nu toe, met een imposant zicht op de Marmolada zuidwand, waar we de volgende dag langs gingen lopen. ’s Nachts zijn we allen wakker geworden van een immens luide knal. Arne en Joel zaten recht in hunslaapzak (Eva , die lag nog een beetje te suffen). De jongens dachten allebei dat er een hele pijler van de Marmolada naar beneden aan het donderen was! Dat gebeurt nu eenmaal in de Bergen, maar wij lagen er wel vlak onder. Gelukkig volgde er direct een flits en nog een donderslag. Oef, het was gewoon een fiks zomeronweer… De rest van de nacht verliep rustig en de volgende dag konden we ons verheugen op een klim van 1300 meter. Maar wat voor één. We wandelden de hele tijd langs de Marmolada-zuidwand. Een gigantische rotsmuur van meer dan 800 meter hoog en zeker meer dan een kilometer lang, echt indrukwekkend! Aan de ander kant van de Passo Ombretta (2700 meter, hoogste punt tot nu toe) volgde er een afdaling door de (jawel) sneeuw naar de Rif. Contrin die (jawel) nog gesloten was. Naar het schijnt zijn we nog iets te vroeg in het seizoen… Er stond ook een mopperende Zwitser die niet te spreken was over die dwaze Italianen. Al 12 dagen was hij onderweg en alle hutten waren gesloten! Wij hebben maar stilletjes gezwegen. Na een frisse yoghurt in een nabijgelegen boerderij hebben we dan maar nog eens 300m gestegen naar een hut die wel open was. Heel gezellig en lekker allemaal, maar in de anderhalve maand die we al onderweg zijn, zijn we nog maar 1 echte berghut tegengekomen: de Steinwender hut waar we Joel terug tegenkwamen. Normaal kom je in een hut aan en ’s avonds krijg je op een bepaald uur 1 bepaald gerecht voorgeschoteld. Hier kun je kiezen wanneer je eet en kun je kiezen van een menu. Pluspunt: meer keuze. Minpunt: veel duurder en de porties zijn belachlijk klein, om over het ontbijt nog maar te zwijgen… Snappen die mensen nu zelf niet dat je als bergwandelaar of klimmer veel energie nodig hebt… Zucht, hopelijk gaat dat gauw veranderen…
Gelukkig volgde er weer een heel mooie wandeling de dag erna. Bij aankomst in Val di Fassa vonden we een leuke camping vlak naast een bergrivier die er toch wel heel aanlokkelijk uitzag. Ik ben er eerst ingeweest en toen Eva mij volgde moest Joel er ook wel ingaan. mannen en hun ego
Maar het deed wel ongelooflijk deugd! Na onze regenachtige start hebben we de laatste week al iedere dag de 30° gehaald! Misschien een beetje teveel van het goede. Ook al drink je 5 liter per dag, je blijft gele pipi hebben!
Bij aankomst in de Antermoia hut de dag erna bleek daar gigantisch veel volk te zitten. Jakkes! Er was zelfs even twijfel of er nog slaapplaats ging zijn. Gelukkig verdween er in de namiddag heel veel volk. Als dit een voorsmaakje was van hoe het hoofdseizoen er uit gaat zien… ’s nachts weeral een fantastisch onweer gezien. Meer een soort elektrische storm, enkel bliksemflitsen deze keer, maar heel erg veel. De bergen waren constant verlicht. Cool! Het weer zag er dan ook iets anders uit die dag. veel meer mist en wolken. En dat terwijl het een dag vol prachtige vergezichten zou moeten zijn. Gelukkig klaarde het tegen de middag een beetje op. Picknick en een drankje aan een hut. We waren amper 5 minuten op weg toen we ineens een ober achter ons aan zagen rennen. Waren we iets vergeten misschien? Ahja, te betalen… oeps.
De laatste avond met Joel brachten we door op de rand van de Dolomieten, mooi. ’s Avonds de zon op de rotswanden en ook een prachtige regenboog. wat een wegdroommoment. De volgende dag zouden we 1740m moeten dalen, JAWADDE. Uiteindelijk viel het nog allemaal goed mee, die afdaling. Dat is dan het voordeel van een toeristisch stuk te bewandelen, de paden zijn voorzien op dikke Duitsers.
Ondanks die goede paden is Arne wel 2 keer tegen de korst gegaan. 2 keer op nat hout uitgegleden en 1 keer op de poep, das dan trakteren, hè.
(Bij deze kennen jullie ook de allerbelangrijkste regel tijdens het bergwandelen: Op de poep vallen is trakteren! ( als ge op uwen bek gaat, moet ge nie trakteren, das gewoon keizielig en pijnlijk). Nog even heerlijk gelachen toen Joel aangevallen werd door een koe. Hij had haar een blaadje te eten gegeven en haar daarna over de wang geaaid. blijkbaar apprecieerde ze het niet zo, want ze wou hem direct een kopstoot verkopen. Joel is toen beginnen lopen en sprong vlot met een rugzak van 25 kilo over de dichtstbijzijnde omheining
Eens aangekomen in het bloedhete Bolzano begon al het geregel. Joel zou van daaruit vertrekken naar Saas-Grund, om een beetje aan alpinisme te doen en wij probeerden een hotel te vinden. De eerste 2 waren volzet, jaja, het seizoen zal dan toch begonnen zijn. En natuurlijk was het toeristisch infobureau gesloten in het weekend …. que? Tijd om voor echt afscheid te nemen van Joel dus, we gaan hem deze reis waarschijnlijk niet meer zien. boe. Eigenlijk hebben we bijna 6 weken samen gereisd, zo lang hebben we nog nooit met iemand gereisd (behalve met elkaar dan). Het ging allemaal heel vlot en fijn. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, we hebben nog een pint gedronken samen en ikke blijten als zijn trein vertrok. We hebben nu toch al een wintertrekking-date in Zweden en een klim-en-bierdrink-date in Belgie
De volgende dag ging Arne in de voormiddag naar het Otzi-museum (een dikke aanrader, zegt hij). Ik ging wat suffen en internet regelen, maar het was zondag en dan is alles dicht, dus ik heb enkel gesuft :). In de namiddag zijn we naar een Messner Mountain Museum gegaan, dat is een keten van 5 museums in Zuid-Tirol over de Bergen. Die Messner dat is Reinhold Messner, een vree bekende klimmer die onder meer de eerste beklimming van de Everest zonder zuurstof heeft gedaan. Dit museum stond in het teken van de interactie Mens-Berg en bevond zich in de ruine van een heel indrukwekkend fort, boven op een berg in de Bolzaanse vallei. Het was geweldig, we waren erg onder de indruk. Veel boedhistische beelden, relikwien (uitrusting) van bekende vroegere klimmers, de psychologie van den alpinist en een heleboel mooie uitspraken en spreuken over berg en mens. ’s Avonds in een Irish Pub nog naar De Final van de voetbal gekeken. Bolzano is wel een fijn stadje.
Vanhieruit vertrekken we straks naar Merano en dan gaan we weer de bergen in. Gewoon met ons tweetjes deze keer. Hopelijk is het daar iets minder heet.
Btw, volgens Hannes is The Wonderfull World that is Arne & Eva de 5e snelst groeiende wordpress.com weblog… WE ROCK BIGTIME!!!!!!! (Thank you verrrrry much!)
PS: de foto’s staan niet altijd rechtop, normaal gezien kan je ze draaien als je ze in het groot bekijkt. Wij gingen dat hier eens doen, maar da duurt pokkelang, we zullen erop letten vooraleer we de volgende batch uploaden.